user_mobilelogo

These items are only available in Dutch. Translation offered by Google. Please select a language.

nlcsenfrdeiwitplptruskessvtr

Poppen acteren in Dollywood

1948

Joop Geesink’s Dollywood studio groeit snel

Poppen acteren in Dollywood

Dit artikel is uit begin 1948. De situatie waarin Nederland herstellende is van de Tweede Wereldoorlog en veel essentiële producten via distributiesystemen worden verkocht. Aan alles is schaarste.
Een uitgelezen moment om ontspanning te zoeken in bijvoorbeeld de bioscoop. Hier heeft Joop Geesink zijn zakelijk voordeel. Zowel adverteerders als publiek is enthousiast over de vrolijkheid van deze vorm van films. In de bioscoop zijn bijna alle (Nederlandse) films in zwart/wit. De Dollywood films schitteren in Technicolor.
De productie van poppenfilms heeft een serieuze omvang gekregen en het team van 30 medewerkers evenaart de omvang van het team dat George Pal had vlak voor hij naar Amerika uitweek.
Dit artikel noemt de toen zeer recente productie “De Big Four Confereert”, die door het publiek werd omarmt als “Ze zijn het eens.”

Opmerkelijk

De naam “Dollywood” wordt hier veelvuldig gebruikt. Deze naam is relatief nieuw en werd enkele maanden eerder in 1947 voor het eerst gebruikt. De studio is op dit moment nog in Amsterdam Centrum gehuisvest aan de Keizersgracht. Niet veel later zal Geesink zijn studio’s verplaatsen naar de ruimere loodsen achter Cinetone Studio in Amsterdam-Duivendrecht
Joop Geesink denkt ver vooruit. Hij wil eigenlijk af van die korte reclamefilmpjes en zich gaan richten op avondvullende poppenfilms, als tegenhanger van de tekenfilms van Walt Disney. In de praktijk zal dat er niet van komen. Het poppenfilm-journaal is er later wel gekomen. Bijna 10 jaar later brengt Dollywood een serie films uit voor het Nederlands Zuivelbureau, waaronder het "Wereld nieuws".

Musketiers en drank

Geesink etaleert poppen en overgebleven decorstukken in zijn kantoren. De productie van “De Drie Musketiers” is in afrondende fase, terwijl de drankenhandel de titel kreeg “Op bezoek bij Bols”. Het feit dat Sint Nicolaas in een auto is gezet, duidt meer op een grapje van de etaleurs, dan wat er in de film gebeurde.
De film “De Drie Musketiers” (1948) dient niet verward te worden met “De Drie Mascottiers” (1954), naar het merk Mascotte sigarettenvloeipapier. Het betreft hier een relatief onbekende film voor Philips radio.

Bron: Algemeen Handelsblad, 7 februari 1948

Bron: Algemeen Handelsblad, 7 februari 1948

Verslaggever

Het artikel begint met “Van één van onze verslaggevers”. Deze aanduiding is jarenlang gebruikelijk geweest, wanneer het artikel niet door eigen journalisten werd geschreven, maar werd aangeleverd. De kans is groot dat dit een ingezonden artikel is geweest, opgesteld door medewerkers van Dollywood. Zij zagen regelmatig gelegenheid de studio op deze wijze onder de aandacht te brengen.

Tekst uit artikel

Poppen acteren in Dollywood


In een Amsterdams huis vervaardigen Joop Geesink en zijn medewerkers de artistieke poppenfilms, die in het buitenland onze exportproducten propageren.

(Van één van onze verslaggevers.)
In het centrum van Amsterdam staat een bijzonder huis. Van de buitenkant ziet men er het bijzondere niet zo gauw aan af, tenzij men op het naambord kijkt, waarop Joop Geesink Studio’s te lezen staat. Wat Hollywood in het groot voor Amerika betekent, is Dollywood in het klein voor Nederland, want Geesinks poppenfilms hebben bij het bioscooppubliek in binnen- en buitenland opgang gemaakt. Op het filmfestival te Brussel behaalde Geesink dit jaar de eerste prijs voor zijn reclame-poppenfilmpje ,,Zij zijn het eens" en deze prijs heeft hij op 6 Februari jl. ten paleize van de Belgische Prins-Regent in ontvangst mogen nemen. Het privékantoor van Joop Geesink lijkt meer op een kinderkamer dan op een werkvertrek, maar de man die hier zijn ideeën verwezenlijkt, wordt er door getypeerd. In die vensterbank staan automodellen: een verhuiswagen, een fantastisch gestroomlijnde sportwagen, een jeep met de “Drie Musketiers", en verder een maquette van dat onderdeel van een drankstokerij waarin de apricot brandy wordt gemaakt. In een hoek van de kamer staat een soort moderne reclame-kijkkast, voorstellende een ideaal verlichte huiskamer in miniatuur, in een andere hoek een dergelijke kijkkast die een straatje met huizen, een lantarenpaal en een benzinepomp voorstelt, waarin zich de opeenvolging van dag en nacht voltrekt: een aardig schouwspel van aan- en uitflitsende lampjes op straat en achter de ramen.
Op de grond staat weer een ander onderdeel van de drankfabriek. Een model van een fregat (ook uit „De Drie Musketiers") en een auto waar o.a. Sinterklaas in zit. En dan staan er nog ettelijke dozijnen poppetjes door de kamer verspreid: figuren en rekwisieten uit Geesinks poppenfilms, Dollywood in optima forma.

Joop Geesink is van origine reclametekenaar, daarna werkte hij een jaar in die Folies Bergère en het Casino de Paris, kwam terug naar Nederland er ontwierp decors voor verschillende revuegezelschappen en Nederlandse speelfilms, o.a. De Spooktrein.
In 1941 begon hij tezamen met Maarten Toonder teken- en poppenfilms te vervaardigen. Hoe jij tot het maken van poppenfilms kwam? Welnu, op zekere dag kwam er een poppetje op zijn bureau terecht, Geesink ging ermee spelen en wilde toen poppenfilms maken, zoals de Hongaar George Pal, die thans in Hollywood werkt, het reeds vóór hem had gedaan.
Geesinks poppen zijn echter anders geconstrueerd dan die van Pal die voor iedere film duizenden poppen moest vervaardigen om iedere beweging en gelaatsuitdrukking te kunnen uitbeelden.
Bij Geesink is dit aantal belangrijk minder omdat hij gebruik maakt van een nieuwe materie, die uiterst soepel is en bij een verandering niet terugveert. Voor de gelaatsuitdrukkingen gebruikt hij maskertjes waarop deze zijn afgebeeld. Het maken van poppenfilms is een uiterst moeilijk en minutieus werk, dat men alleen maar kan realiseren wanneer men voldoende experts tot zijn beschikking heeft. Ieder onderdeel vereist vakmensen: model- en decorbouwers, tekenaars, schilders, boetseerders, filmtechnici. Zelfs een beeldhouwster telt Geesink onder zijn 30 medewerkers. Men krijgt een indruk van het vele werk, dat er aan één filmpje mét een speeltijd van drie tot vier minuten vastzit wanneer men bedenkt dat hierdoor de gehele staf drie maanden aan wordt gewerkt. Eén naar de werkelijkheid vervaardigde maquette zoals die van een onderdeel der drankfabriek, doet slechts dienst voor twintig seconden film!
In de montagekamer zien wij een strook film met de geluidsband, die zó is ingedeeld, dat de maten en de accenten van de muziek samenvallen met de bewegingen van de poppen in de film.
Nadat het draaiboek is gemaakt en in seconden is ingedeeld, wordt door Hugo de Groot de muziek erbij gecomponeerd: een ingewikkelde technische kwestie voor de leek die te horen krijgt, dat bijvoorbeeld één stap van een poppetje zestien beeldjes in beslag neemt en er vier en twintig beeldjes per seconde de lens voorbijtrekken. In het atelier wordt druk geboetseerd en getimmerd aan nieuwe figuren en rekwisieten. o.a. de gepersonifieerde vruchten welke een rol zullen moeten spelen in het reclamefilmpje voor de drankfabriek en in de opnamestudio staan maquettes gereed, die ieder kind en groot mens doen watertanden, zo natuurgetrouw en artistiek zijn ze.

Het is jammer dat Nederland de meeste van Geesinks poppenfilms nog niet heeft kunnen zien. Het buitenland is in dit opzicht bevoorrecht want zijn filmpjes — in hoofdzaak reclamefilms voor firma's die uitsluitend voor de export werken — draaien in bijna alle West-Europese landen. o.a. in België, Frankrijk, Zwitserland, Noorwegen. Denemarken. Zweden en Italië.
Het is Geesinks ideaal om op een goede dag het reclame-poppenfilmpje overboord te kunnen gooien voor de productie van zuivere poppenspeelfilms. Daar zitten mogelijkheden in, want Geesink gelooft dat wat de tekenfilm betreft niemand Disney zal kunnen evenaren. De poppenfilm staat echter nog aan het begin haar ontwikkeling en er is mee te bereiken. En welke exportmogelijkheden zitten er voor Nederland niet in. „In mijn poppenfilms," zegt Geesink, „kan ik mijn eigen humor en mijn gevoel voor persiflage uitleven. Zo zou Ik bijv. een Dollywood filmjournaal willen maken, waarin de gebeurtenissen in de wereld worden gepersifleerd. Het grote voordeel van poppen is, dat ze onpersoonlijk zijn en dat niemand zich gekwetst of beledigd behoeft te voelen door de spot, welke daardoor op een algemener plan komt."
Geesink is vol vertrouwen, dat hij binnen niet al te lange tijd in Nederland poppenfilms zal kunnen vervaardigen, die haar plaats zullen vinden in de voorprogramma's over de gehele wereld, en wie, zoals wij. enkele van zijn nieuwe films o.a. „De Drie Musketiers" heeft gezien, twijfelt daar niet aan, want Geesinks peil is internationaal.


Bron: Algemeen Handelsblad, 7 februari 1948

Foto-bijschrift: “De koning uit ”Drie Musketiers", één van Geesinks' vele poppencreaties.

Foto-bijschrift: “Minitieuze decorbouw door vakmensen is nodig voor de vervaardiging van enkele seconde filmopnamen, waarvan men het resultaat hierboven kan zien.