user_mobilelogo

Dollywood draait voor de televisie

1951

Joop Geesink (1949)

Joop Geesink doet nieuw boekje open

Tijdsbeeld waarin Joop Geesink nieuwe groeiplannen ontvouwt voor Dollywood.

Dansende Vingers

Dit artikel geeft een inkijk hoe Joop Geesink na vijf jaar poppenfilmstudio op dreef is. Hij zit vol nieuwe en ambitieuze plannen.
Een overeenkomst tussen de meeste gepresenteerde plannen is dat gezocht werd naar een economisch meer aantrekkelijke manier om amusement te maken. De films tot dusverre gemaakt waren altijd reclamefilms. Hier wordt een zoektocht beschreven om op commerciële basis de kennis van animatie in te zetten voor internationale verkoop aan de televisie. Eén hiervan kreeg als werktitel "Dansende vingers". 
Televisie was in de jaren ’50 nog volkomen nieuw voor de Nederlandse markt, maar Geesink zag dat je met scherpe minuut-prijzen moest werken om voet aan de grond te krijgen.
Hoewel hier meerdere concepten worden besproken, is van geen van de titels ooit beeldmateriaal teruggevonden.
 

Tekst uit artikel

Dollywood draait voor de televisie Joop Geesink doet nieuw boekje open

(Van onze filmredactie)
AMSTERDAM, 25 september 1951

In een ruime fauteuil zit Joop Geesink, een man van gewicht met zijn vele functies en talenten, die elkaar in zijn filmcentrum Dollywood geenszins in de weg staan. Zijn omvangrijke gestalte is gevat in een donkerbruin pak, de stereotiepe lange sigaar verhuist van hand naar mond om beide handen de — overigens geringe — kans te bieden zich in een paar nauwe dames, handschoenen te wringen, die de vingers gedeeltelijk vrij laten en waarop een tweetal olijke poppen is bevestigd". Neen, Geesink oefent niet voor jongleur, maar legt ons uit, hoe een van zijn vele series televisiefilms van 7 a 8 minuten wordt opgenomen: „Dansende Vingers", een muzikale poppen-serie van 13 stuks, waarbij de poppen wisselen met aard en stemming der muziek, uitgevoerd door de dynamische Pia Beck.

(fotobijschrift) JOOP GEESINK - de grote man van Dollywood.

Terwijl Nederland — nog wat schuchter — zijn eerste televisie, uitzending tegemoet gaat, werkt Dollywood in de Duivendrechtse studio's reeds van oktober 1950 al koortsachtig aan een productie, die gróót, internationaal werd opgezet. „Om internationaal te kunnen werken", zegt Geesink, „dienen wij het te zoeken in originaliteit en films te maken in een prijsklasse, die met de jonge televisie mee kan. Zelfs een filmpje van 7 a 8 minuten kost al gauw een ton. Met speelfilms behoeven wij bij een uitwisselingssysteem niet aan te komen. De Nederlanders zullen het moeten doen met een enkele documentaire, met poppen- en tekenfilms." Het jonge Dollywood werkt met zelfvertrouwen. Terecht. Al bleef de subsidiebeurs ook hier gesloten, het 5-jarige bedrijf kan op een artistieke en effectieve productie terugzien, die misschien het best uitgedrukt werd in vijf gewichtige bekroningen: een 1e prijs op het Film Festival in Brussel 1947 (The Big Four); een 1e prijs op het Festival van Knocke 1948 (Een Bezoek aan Bols); in 1949 het Laureaat van de Arbeid als erkenning van grote verdiensten t.b.v. de Belgische cinematografie; in 1951 een zilveren medaille voor „Gala-Concert" en de recente waardevolle bekroning in Venetië, waar „Kermesse Fantastique" de Grand Prix 'Honneur Biennale' verwierf..

Sprookjesserie

Dollywood draait door voor de televisie. Daar wordt een sprookjesserie gemaakt. De camera dwaalt over een prentenboek, terwijl de bekende sprookjes van „Moeder de Gans" tot en met „De Gelaarsde Kat" worden verteld. Als pikante saus worden fragmenten van 100 meter poppenfilm gebruikt. Men werkt aan een serie „Schimmenballet", een serie „Opera-loge". „Nee, geen parodie maar de meest populaire opera-aria's van de loge uit gezien, met poppen als zangers", — een serie „Dubbelmannenkwartet", Russische, Hongaarse, militaire kwartetten. “En dit is wél een parodie met sprekende poppen."
Menig vindingrijk brein, vele vaardige handen en vingers werken om de plannen tijdig te verwezenlijken. Daar is Lia Sten, die de fraaie poppen vervaardigt, daar zijn o.a. Henk Kabos, de talentvolle tekenaar, Mary Oosterdijk, de tekenares van de sprookjes, daar is José van der Hout, die een zeer originele serie maakt onder de titel „That’s my Desire". Zij heeft een bizarre hobby: zij illustreert grammofoonopnamen met kranten, en andere knipsels en maakt daar een serie van, die evenals alle andere 13 stuks omvat. Daar is er nog een pedagogische serie „Vadertje Goedhart", waarin een watervlug jongetje kattenkwaad uithaalt, waaruit andere watervlugge, ondeugende jongetjes straks lering moeten trekken.
Dollywood „graaft, slaaft en draaft" en intussen vertrekt Joop Geesink donderdag a.s. naar Amerika,
a) omdat hij een film gemaakt heeft voor de United Nations,
b) om er zijn „Kermesse Fantastique" te introduceren,
c) om de contacten voor zijn televisie-plannen uit te breiden.

Good Luck.

Bron: De Telegraaf, 26-09-1951

Dollywood draait voor de televisie Joop Geesink doet nieuw boekje open (1951)
Back to historical news