Dollywood-droom is over (1971)

Dit krantenartikel uit 1971 markeert het einde van een bijzonder tijdperk in de Nederlandse animatie‑ en reclamegeschiedenis. Het beschrijft hoe het poppenfilmbedrijf van Joop Geesink, internationaal bekend onder de naam “Dollywood”, zijn zelfstandigheid verliest en wordt overgenomen door andere studio’s. Voor wie nu naar deze periode terugkijkt, is het goed te weten dat Geesink met zijn driedimensionale poppenfilms een grote rol speelde in de naoorlogse reclamemarkt, met producties voor grote merken als Philips en talloze bioscoopreclames in binnen‑ en buitenland.
In de tekst wordt onder meer de film “Kermesse Fantastique” genoemd, een voorbeeld van de verfijnde “animation”-techniek waarmee Geesink en zijn medewerkers wereldwijd prijzen wonnen. Diezelfde verbeeldingskracht en gevoel voor spektakel kom je later ook tegen in projecten als de Nederlandse presentatie op de wereldtentoonstelling van Osaka (Expo ’70), waarvoor Geesink eveneens grootschalige bewegende decors, figuren en scènes liet ontwerpen. Wie het artikel vandaag leest, ziet dus niet alleen het verslag van een bedrijf in moeilijkheden, maar ook het slothoofdstuk van een creatieve droomfabriek die het beeld van “Holland” in de jaren vijftig en zestig mede vormgaf, van bioscoopreclames tot internationale tentoonstellingen.
Tekst uit artikel:
"Dollywood-droom is over"
door HAN G. HOEKSTRA
Een droom is uitgedroomd. Het eens bloeiende Dollywood-poppenfilmtijdperk is ter ziele. Want daarop komt het bericht dat het filmbedrijf van Joop Geesink wordt overgenomen door Cinecentrum (Hilversum) en Toonderstudio (Nederhorst den Berg) toch wel neer.
De schepper van het Dollywood-rijk, Johan Louis Geesink uit Den Haag, had een tijdje gevaren, was hotelpiccolo geweest en vond het begin van z’n draai toen hij bij een decoratieschilder terechtkwam. Het leidde naar het reclamevak, later naar het tekenen en ontwerpen van decors voor film (De spooktrein) en revues (Bouwmeester-revue, Lou Bandy, Snip & Snap). En daarna tot het maken van een tekenfilm voor de Ned. Spoorwegen, toevallig ook nog eens een keer in samenwerking met de, hierboven al genoemde, Marten Toonder.
Maar Geesink was niet zo gecharmeerd van het platte vlak, hij voelde meer voor het driedimensionale. „Kijk me maar aan dan weet je hoe dat komt,” was één van de beproefde anekdotes van de fiks uit de kluiten geschoten man met het grote, ronde, jongensachtige gezicht waarop gemakkelijk een zeer brede glimlach was aan te brengen. Men zag — ziet? — hem zelden zonder een sigaar van bijpassende afmetingen.
In 1946 vestigde de toen 33-jarige doorzetter zijn „Joop Geesink’s Filmproductie Dollywood” in een schuur achter de sombere steenklomp aan de Weespertrekvaart (Duivendrechtsekade) die als Cinetone-studio te boek staat. Daar heeft zich de vakkundige, smaakvolle, moeizame mierenarbeid ontplooid die internationale erkenning vond; door (reclame-)opdrachten uit vele landen, en door een stroom van onderscheidingen, op festivals in en buiten Europa verworven.
„Kermesse Fantastique”, gemaakt voor Philips, met muziek van de Franse filmcomponist Georges Auric, is een van de gaafste voorbeelden van hetgeen Geesink en de zijnen met hun „animation” wisten te bereiken. Voltreffers: Roodkapje, Geheime wapens, Vrouw in de schaduw, De Grote Vier, Wat Columbus ontdekte, zijn andere producten uit het Dollywood-rijk die men soms in bioscopen kon tegenkomen.
Het was allemaal werk uit een bedrijf dat als baas een koopman-artiest of een artiest-koopman had, én een man voor wie het nooit perfect genoeg kon.
Die „Kermesse” was een tien minuten-filmpje. Het betekende een film ter lengte van 240 meter. Elke meter betekende 52 beeldjes. En elk beeldje betekende dat vijftien mensen — in dit geval onder leiding van regisseur Jozsef Misik — tweehonderd, in eigen atelier vervaardigde poppetjes steeds weer één millimeter van pose moesten laten veranderen.
Plastic
Die poppetjes waren aanvankelijk gemaakt van hout en ijzerdraad, later is eraan veranderd, is er plastic aan te pas gekomen, kregen de mannetjes, vrouwtjes en kindertjes afneembare maskertjes om wisselende gemoedsuitdrukkingen uit te beelden.
Maar de tijd schreed verder, stelde andere eisen. Er werden ook door anderen activiteiten ontwikkeld. Het Dollywood, dat de verwezenlijking van een droom betekende, kon zich niet meer handhaven als het unieke universum dat het eens was. En vandaar...
Tekst in kader uitgeknipt artikel:
Filmbedrijf Geesink naar Cinecentrum en Toonder
(Van onze economische redactie)
AMSTERDAM, donderdag. — Het filmbedrijf Joop Geesink in Amsterdam zal overgenomen worden door Cinecentrum in Hilversum en Toonderstudio in Nederhorst den Berg. De overneming heeft tot gevolg dat ongeveer veertig mensen van het zeventig man tellende personeel van Geesinks filmbedrijf zullen worden ontslagen.
Deze oplossing hebben de drie bedrijfsleiders gevonden om aan de financiële moeilijkheden, waarin het filmbedrijf van Geesink verkeerde, het hoofd te bieden. Al enige tijd werd Geesink met deze...
Bron: HET PAROOL - vrijdag 27 augustus 1971
Terug naar artikel overzicht




