Vintage news - Dutch Vintage Animation

These section is in Dutch. Translation by Google

The Dutch Disney (1966)

Originele titel: De Duivendrechtse Disney (1966)

Aanleiding

De aanleiding voor het artikel*“De Duivendrechtse Disney”* uit 28 mei 1966 is de feestelijke opening van een nieuw, hypermodern studiocomplex van filmproducent Joop Geesink in Duivendrecht. Prins Bernhard verrichtte kort daarvoor de officiële opening van deze – op dat moment grootste reclamefilmstudio van Europa – waarmee Geesink het hoogtepunt leek te bereiken van een carrière die was opgebouwd uit tientallen jaren ondernemerschap in film en reclame. In deze context schetst het artikel een portret van de ambitieuze en zelfverzekerde ondernemer, die niet alleen terugkijkt op zijn succes, maar vooral vooruitblikt naar zijn grootste droom: het recreatiepark Holland Promenade.

In het artikel presenteert Geesink dit park als een groots en vernieuwend project: een “staalkaart van Nederland” waar toerisme, cultuur en amusement samenkomen. Het park moet in Amstelveen verrijzen en miljoenen bezoekers trekken. Tegelijk introduceert hij een nieuw nationaal symbool: Rick de Kikker, bedoeld als herkenbare mascotte voor zowel het park als een bredere lijn van Nederlandse souvenirs.

Opmerkelijk (1)

De latere geschiedenis laat echter zien dat deze ambities nooit werkelijkheid zijn geworden. Holland Promenade is uiteindelijk niet gerealiseerd. Ondanks jarenlange voorbereidingen en grote investeringen strandde het project rond 1971, wat zelfs bijdroeg aan de financiële problemen en het faillissement van Geesinks onderneming. (Zie de Beknopte biografie van Joop Geesink)

Ook Rick de Kikker wist de verwachtingen niet waar te maken. Hoewel het figuur korte tijd werd ingezet in een televisieserie, merchandising en publiciteit, groeide het niet uit tot het gehoopte nationale icoon of “Nederlandse Mickey Mouse”. [kindertvgeheugen.nl]

Het artikel uit 1966 krijgt daarmee achteraf een bijna tragische lading: het vangt een moment waarop de toekomst nog vol belofte is, maar waarvan wij nu weten dat de grootste dromen van Geesink — Holland Promenade en Rick de Kikker als nationaal symbool — uiteindelijk niet zijn gerealiseerd.

Opmerkelijk (2)

De naam Duivendrecht is vooral in de stad Amsterdam Wereldberoemd. Voor buitenstaanders is het vaak een onbekende naam. Het is een industriewijk aan de oost- en zuidoostrand van Amsterdam, net buiten de gemeentegrens van de stad. De naam Duivendrechtse Disney klinkt in het Nederlands lekker, Voor deze gelegenheid is het voor onze buitenlandse lezers vrij vertaald naar 'The Dutch Disney',

Tekst uit artikel:

"De Duivendrechtse Disney" ("The Dutch Disney")

Een hypermodern geoutilleerd studiocomplex (kosten 3,6 miljoen gulden, inclusief apparatuur en inrichting) van zevenduizend vierkante meter aan de H. J. E. Wenckebachweg in Duivendrecht — het resultaat van vijfentwintig jaar keihard werken in het wonderlijke wereldje van film‑ en televisiereclame. Een dag of wat geleden heeft prins Bernhard de grootste reclamefilmstudio van Europa geopend, die van Joop Geesink, de Duivendrechtse Disney, die op deze dag juist zijn 53‑ste verjaardag vierde. In dit indrukwekkende complex, gelegen achter Cinetone, is nu ondergebracht zijn Dollywood N.V. (poppenfilms), Starfilm N.V. (geacteerde films), Holland Promenade N.V. (het in Amstelveen verrijzende recreatiepark), Artists N.V. (waar het interieur wordt gemaakt van het Nederlandse paviljoen voor de Wereldtentoonstelling in Montreal 1967) en Holland Souvenirs N.V. (waarmee men een revolutie op het gebied van de typisch Nederlandse souvenirs denkt te ontketenen). In 1964 sloeg minister Den Uyl de eerste paal in de grond, in 1965 werd de eerste steen gelegd, in 1966 verhuisde alles en iedereen van de gammele noodgebouwen in Duivendrecht naar het splinternieuwe droompaleis van president‑directeur Joop Geesink aan de Wenckebachweg.

Iedereen is nog een tikje geïrriteerd, vanwege al dat nieuwe en het dag en nacht werken van de laatste maanden die aan de opening zijn voorafgegaan. Joops oudere broer (meneer Wim) komt naar me toe en vraagt knorrig wat we komen doen. Ik zeg dat ik een afspraak heb met meneer Joop. “Zo,” zegt‑ie, “dat is leuk, maar wilt u wel zo vriendelijk zijn om zo lang buiten op de gang te wachten? Iedereen die hier binnen komt lopen wil van mijn kamer een wachtkamer maken en daar heb ik bezwaar tegen.” De secretaresse die ons binnen heeft gelaten wil nog even tussenbeide komen, maar we staan al buiten de deur, waar een vriendelijk meisje ons een paar minuten later een kopje koffie komt brengen. “Asbakken zijn er nog niet,” fluistert ze met een verontschuldigend glimlachje, “gooit u de sigarettenas maar op het schoteltje.”

Dertien ongelukken

Als het meisje verdwenen is kijk ik mijn aantekeningen nog snel even door om te zien wat ik van Joop Geesink al weet. “Hij werd geboren in Den Haag, op 28 april 1913. Zijn vader, Willem Jacobus Geesink, was trompetblazer bij de Koninklijke Militaire Kapel. Zoon Joop was op jeugdige leeftijd al een handig knaapje, dat overal warm voor liep, behalve voor studeren. Toen hij dertien was haalde pa Geesink hem van de Muloschool ‘omdat het immers toch niets zou worden’. Joop kreeg een baantje als hulpje in een sjiek Haags restaurant. Toen ook dat mislukte stuurde zijn vader hem naar kantoor (van het ene kantoor naar het andere). Twaalf ambachten, dertien ongelukken.

Op vijftienjarige leeftijd maakt hij als leerling‑kok een bootreis naar Australië. Een jaar later komt hij terug, nu als etaleur en decorschilder. Rond 1932 opent hij, samen met zijn broer Wim, een zaak in bioscoopaffiches en gevelborden. Een jaar later heeft de kersverse zakenman acht(!) mensen in vaste dienst. Hij maakt dan decors voor Sleeswijks Snip en Snap‑revue, voor de revues van Lou Bandy en de grote Buziau en voor het beroemde Casino de Paris.

In het oorlogsjaar 1940 experimenteerde Geesink wat met poppenfilms in een duister keldertje, ergens in het centrum van de hoofdstad. De energieke Joop gaat, als de bevrijding in zicht is, praten met Philips en de Nederlandse Spoorwegen; van beide ondernemingen krijgt hij een mooie opdracht. Als de Engelsen en Canadezen ons land binnentrekken start hij met een serie shows voor de militairen. Kort daarna organiseert hij vanuit Brussel, als Special Service Officer van de U.S. Army, een reeks spectaculaire revues. (Hij is vermoedelijk de enige officier in de geschiedenis die zijn eigen distinctieven ontwierp). Zijn zaak (Dollywood genaamd) heeft nu zestien man in dienst. Joop maakt een jaar later zijn eerste zakenreis naar Amerika en praat daar met invloedrijke lieden van de film‑ en televisiereclame.

Onderscheiden

Zijn naam komt in 1947 op de voorpagina’s van alle landelijke bladen terecht als zijn Van Nelle‑filmpje “Zij zijn het eens” in België wordt onderscheiden. Dan gaat het allemaal heel snel. Hij maakt aan de lopende band tv‑spots voor maatschappijen in Amerika, een periode van keihard werken breekt aan en na een jaar moet Joop op advies van zijn huisarts een paar maanden rust houden. In 1955 richt hij de N.V. Starfilm op; hij gaat behalve reclamefilms nu ook bedrijfsfilms en documentaire films maken. Hij boekt met zijn producten veel succes; er gaat vrijwel geen filmfestival voorbij of de rondborstige Amsterdammer valt in de prijzen.

Om maar een paar voorbeelden te noemen: in 1949 te Knokke een ereprijs voor het filmpje “Een bezoek aan Bols”, in 1951 te Berlijn een zilveren medaille voor “Gala Concerto”, in 1952 te Milaan een eerste prijs voor “Lightshow” en een eerste prijs voor “At your service Mr. Wilson”, in 1955 te Amsterdam een eerste prijs voor “Assepoester” en een eerste prijs voor “Brikkie Union”, eveneens in dat jaar, te Milaan, de beker van het Ministerie van Buitenlandse Zaken van Italië voor “Story of Light”, in 1956 te Amsterdam een ereprijs voor “De drie Musketiers”, in datzelfde jaar in Cannes een eerste prijs voor “Lamp Light Band”, eveneens in 1956 eervolle vermeldingen voor “BX Attacks”, “What is the one without the other” en “The Secret”. We kunnen hier nog wel een vijftigtal onderscheidingen en eervolle vermeldingen aan toevoegen. Het gaat Geesink wel bijzonder voor de wind en nog steeds loopt hij niet naast zijn schoenen.

In 1960 en 1961 maakt hij vele honderden tv‑spots van tien tot zestig seconden. Reclamemensen van grote concerns als Martini, Philips, Max Factor, Goodyear, Gillette, Caltex e.a. komen steeds met nieuwe opdrachten aandraven. In 1961 richt Geesink een nieuwe filmmaatschappij op met productiemogelijkheden in Rome en Milaan: Joop Geesinks Starfilm Italiana. Een jaar later komt in Duitsland (in Düsseldorf) Joop Geesinks “TV und Kino Werbung G.m.b.H.” tot stand. In 1963 bedraagt het aantal werknemers in dienst van Joop Geesink honderdtachtig. De tv‑spots die hij maakt, zijn nu bestemd voor Italië, Zwitserland, West‑Duitsland, de Verenigde Staten en Engeland.

Als Geesink hoort dat de REM met een eigen televisiestation wil starten is hij er als de kippen bij: een groot deel van de reclamespots die een paar maanden later in de programma’s van TV Noordzee verschijnen, is vervaardigd in de studio’s van de Duivendrechtse filmman. Nieuwe plannen wachten daarna op uitwerking — de noodgebouwen in Duivendrecht worden te klein, men barst er zo langzamerhand uit — op directievergaderingen wordt voortdurend gesproken over een nieuw complex dat binnen afzienbare tijd zal moeten verrijzen.

Image‑sigaar

Drie kwartier later zit ik tegenover Geesink. Zijn vrouwelijke perschef Nel Stamer heeft me dan al door het nieuwe gebouw rondgeleid. Er heerst in de splinternieuwe studio’s, twee grote en een kleine (maar de kleinste is altijd nog zo groot als een voetbalveld), een opgewonden stemming. “We lopen nog een beetje vreemd tegen al dat nieuwe aan te kijken,” zegt juffrouw Stamer, “we waren zo aan dat ouwe spul gewend geraakt.”

Haar baas, meneer Joop, zit achter een reusachtig bureau op ons te wachten, een formidabele image‑sigaar (gestoken in een zwart benen pijpje) tussen de vingers. Rechts naast zijn bureau, op de grond, staan acht kolossale zilveren bekers, trofeeën die hij heeft weggesleept op internationale filmfestivals. Geesink (antracietkleurig kostuum met een lintje in het linker knoopsgat — sinds twee jaar is hij Ridder in de Orde van Oranje Nassau — wit overhemd met blauwe streepjes, een forse pochette, een heel grappig klein leesbrilletje op de neus): 

(Vervolg van pag. 12):


“Laten we gezellig in die leren fauteuils daar gaan zitten.” En als we er eenmaal in zijn weggezakt: „Zo jongens – en wat gaan we nu drinken?” Vóór ik kan antwoorden: „Zeg, moet je nou 's effe zien. Is dat leuk of niet? Dat hebben de jongens voor me gemaakt.” Hij drukt op een verborgen knop en achter mij hoor ik plotseling een zacht zoemend geluid. Als ik omkijk zie ik vanachter een standaard een grote tafel uit de grond komen met zes, zeven flessen met rood-, bruin- en goudkleurige dranken er op.

Even mag ik ernaar kijken. Dan drukt hij weer op de knop en de tafel met drank verdwijnt in de diepte. Hij grinnikt hardop. Hij heeft kennelijk veel plezier in dit spelletje.
Hij zegt, als zijn ijverige secretaresse ons een glas sherry heeft gebracht: „Heb je die maquette van Holland Promenade al gezien?” Adjunct-directeur Jack Velleman (44, sinds twee jaar bij Geesink in dienst, voor die tijd werkzaam geweest bij de NTS), die er inmiddels bij is komen zitten: „Ja Joop, dat is al gebeurd.”

Geesink: „Nou – en hoe vond je het?” Hij kijkt mij vol verwachting aan. Ik zeg hem dat ik het een gigantische onderneming vind.

En Geesink: „Dat is het ook jongen, dat is het ook. Holland Promenade wordt een staalkaart van Nederland. Holland Promenade wordt een geweldig groot park van totaal vijfenveertig hectare, ergens in Amstelveen. Ik heb altijd iets groots willen maken, om mijn carrière af te sluiten, en dat is nu Holland Promenade geworden.”

„Holland Promenade heeft nogal wat tegenwerking gehad, is het niet?” vraag ik.

Geesink, de handpalmen tegen elkaar gedrukt, na een diepe zucht: „Tegenwerking … zeg dat wel. Je hebt er geen idee van. De mensen die tégen zijn, praten almaar over een pretpark, maar het wordt helemaal geen pretpark, het heeft niets met een pretpark te maken. Holland Promenade wordt een recreatiepark, dat tevens dienst zal doen als staalkaart van de toeristische, economische, wetenschappelijke en culturele mogelijkheden van ons land. Het zal tal van bezienswaardigheden bevatten voor jong en oud uit binnen- en buitenland. Zo komen er bijvoorbeeld Amsterdamse grachtenhuisjes, een kaasmakerij, een broodjeswinkel, een Gelderse dierentuin, een pannenkoekhuisje, een IJsselmeer vol klompboten, een echte molen en een echte vissersboot, een ponybaan met ponyritjes, een melk- en een ijssalon, een sportpaleis, een bowlingbaan, enkele restaurants en bars, een bioscoop, een platenclub, een klompenmakerij, een pottenbakkerij, een glasblazerij, noem maar op. Door het hele park loopt een echt treintje, waarin de bezoekers een rondrit kunnen maken. In 1970 moet de hele zaak er staan. De mensen zullen gewoon niet weten wat ze zien, let maar eens op mijn woorden.”

Amstelgebied

Of door al die luidsprekers en transistors de rust uit het Amstelgebied verdreven wordt? Geesink kijkt een beetje boos als hij zegt: „Natuurlijk niet en dat beseffen de mensen die zoveel bezwaren maken ook heel goed. Dat komt, denk ik, omdat ze nog niet helemaal weten wat het precies gaat worden. Vorige week heeft het Amstelveens Weekblad vol gestaan met reacties van mensen die het project willen tegenhouden. Ik heb toen tegen de verslaggever van dat blad gezegd: laten al die mensen die iets tegen mijn Holland Promenade hebben, hier nu eens de maquette komen bekijken. Maar ja, je weet precies hoe journalisten zijn. Ze schrijven wat zij willen en niet wat ik wil. Kijk – en dat is nou jammer, hè?”

Het gironummer van Holland Promenade N.V., 51970, is meer dan alleen maar een nummer. Het is tevens de mededeling wanneer dit grote recreatiepark voor het publiek zal worden opengesteld, namelijk in mei 1970. Holland Promenade is niet zomaar een dingetje dat even uit de verf wordt getimmerd. De maquette kostte ontwerper Geesink niet minder dan negentigduizend gulden (of het niks is!); de totale kosten van het park dat op geruime afstand van de Amsteloever zal komen te liggen, bedragen veertig miljoen gulden.

Blijkens een uitvoerig rapport, in 1964 in opdracht van Geesink opgemaakt door de N.V. Maatschappij voor Projectontwikkeling „Empeo” te Utrecht, kan Holland Promenade in 1970 op heel wat bezoekers rekenen. In dit rapport staat onder meer dit: „Daar Holland Promenade in de Amsterdamse agglomeratie is geprojecteerd is een landelijke prognose vooral als achtergrond van belang, maar moet meer specifiek worden ingegaan op de te verwachten groei van het aantal bezoekers aan attractiepunten in dit stedelijk gebied. In 1961 bedroeg het aantal bezoekers aan de attractiepunten in Amsterdam 5,1 miljoen. Voor 1970 wordt dit aantal op ruim 9 miljoen gesteld. Dit betekent dus een groei van circa 4 miljoen. Zeker 60% van dit aantal kan volgens de gemaakte berekeningen ten goede komen aan nieuwe attracties. Gezien de plannen voor nieuwe attractiepunten in de Amsterdamse agglomeratie en de stimulans die van het stichten van meerdere attractiepunten uitgaat kan Holland Promenade in 1970 op ruim 2 miljoen bezoekers per jaar rekenen.”

Rick de Kikker

Geesink: „De officiële goedkeuring van Amstelveens B. en W. is nog niet binnen, maar we denken dat die wel spoedig zal komen. Er zijn zoveel grote bedrijven en officiële gemeentelijke en rijksinstanties die achter het project staan, dat ik me nauwelijks kan voorstellen dat B. en W. van Amstelveen bezwaren tegen dit park zullen hebben.”

We praten over televisiereclame, over filmreclame, we praten over de Wereldtentoonstelling die volgend jaar in Montreal zal worden geopend, we praten over zijn allernieuwste N.V., Holland Souvenirs.

Geesink, lachend: „Heb je al kennis gemaakt met onze Rick de Kikker?”

Ik knik. Hij zegt: „Dat gaat iets leuks worden, werkelijk. Tijdens de Wereldtentoonstelling in Montreal zal voor het eerst een geheel nieuwe collectie Nederlandse souvenirs op de markt worden gebracht. Geen boeren met klompjes of landschapjes met molentjes. Neen, het wordt helemaal anders. Kijk bijvoorbeeld eens naar bepaalde souvenirfiguren uit andere landen. Het egeltje Mickey in Duitsland, de muis Topolino in Italië, de paardjes in Zweden en vooral Donald Duck en Mickey Mouse in Amerika. Die dingen hebben daar enorm veel succes gehad. Ik heb gezocht naar een figuurtje dat het symbool van ons land zou kunnen worden. Ik heb gedacht: Holland – kikkerland. En kijk, dat wordt-ie: Rick de Kikker. Op Holland Promenade is-ie ook te zien. Er komt een heel eiland met van die dingen in het park. Dat is leuk, dat zul je zien. Daar kunnen de mensen om lachen. Onder het motto ‘Nederland-Kikkerland’ is inmiddels al een groot aantal souvenirs op velerlei gebied ontworpen. Ceramiek, gebruiksartikelen, kinderkleding, kinderspelen, textiel, behang en ga zo maar door. Ik ga de souvenirbusiness binnenkort een geweldige stoot geven jongen, let maar op.”

Joop Geesink (nee – geen familie van Anton) kan verschrikkelijk lang en met onvoorstelbaar groot enthousiasme over dit alles blijven doorpraten. Ik kom eigenlijk nauwelijks aan het stellen van vragen toe. De enige manier om hem te onderbreken is harder te gaan praten dan hij doet. Ik ben er dus maar niet aan begonnen, want Joop Geesink praat al met zo’n luide stem.

„We hebben de baas nog nooit boos of chagrijnig gezien,” zeggen de mensen uit zijn omgeving. Meneer Joop verliest eigenlijk nooit zijn goede humeur. Dat bleek toen hij ons aan het slot van het gesprek even zou uitlaten en met zijn tweehonderddertig pond bijna een glazen deur aan gruzelementen liep. De klap kwam onbehoorlijk hard aan, maar Geesink bleef stralen. Hij trok een mannetje aan zijn mouw en zei: „Je moet eens tegen de architect zeggen dat-ie daar iets aan doet. Schilder er desnoods een grote gouden cirkel op die goed te zien is.”

„Of een mooi wit teeveeschermpje,” meende adjunct-directeur Velleman.

„Ja,” sprong zijn baas hem geestdriftig bij, „een wit teeveeschermpje. Dat zal heel mooi staan op die glazen deur. En het is bovendien nog goedkoper dan een gouden cirkel, wat jij…”

Bron: "De Spiegel", 28 mei 1965. 

Text Here