SNELMENU 
Joop Geesink's Filmcollectie Naar historisch nieuws Actueel nieuws Joop-Geesink-fotoalbum Joop Geesink's Biografie
Animatiefilms
 Historische
berichten
Actuele
berichten
Fotoalbum
Onder constructie
Biografie

Recent geplaatst

Gastenboek / Reactions

 

Joop Geesink beknopte biografie

Johan Louise Geesink, roepnaam: Joop
Geboren: 28 april 1913, Den Haag
Overleden: 13 mei 1984, Amsterdam

 

Kies hier snel het hoofdstuk waar u gebleven was: 

H. 1 Gezin Geesink Stekelenburg   H. 7 Van alle markten thuis   H. 13 Groter Groeien
H. 2 Tekenlessen en Sigaren   H. 8 Reizen, Ruzie en Prestatie   H. 14 Disneyworld
H. 3 Toneel en Revue   H. 9 Nieuw Huwelijk & Verliezen   H. 15 Engel
H. 4  Marten Toonder   H. 10 Reizende Ster   H. 16 Mänzelmänchen
H. 5 Berlijn en Philips   H. 11 Uitbreiden van succes   H. 17 Efteling
H. 6 Periode tot 1950   H. 12 Alleenrecht   H. 18 Afloop

 

 

 

Hoofdstuk 1

Gezin Geesink-Stekelenburg

Joop Geesink is de derde zoon uit een gezin van 6 kinderen.
Vader Willem Jacobus Geesink kwam uit de Achterhoek naar Den Haag, waar hij een baan kreeg als trompettist bij de Koninklijke Militaire Kapel. Joop’s moeder heette Neeltje Geesink-Stekelenburg.
In 1908 trouwde het stel. Willem verdiende wat extra geld als cellist bij de Princesse Schouwburg.
Princesse Schouwburg 1943Princesse Schouwburg

In 1909 wordt de eerste zoon geboren: Willem Albertus Geesink. Roepnaam: Wim. 

Wim speelt later een belangrijke rol in de studio van Joop als zakelijk directeur.
Er volgt een tweede zoon in 1912: Evert Cornelis Jan. Dit kind overlijdt op 7 jarige leeftijd.
Joop komt in 1913 op de wereld. We volgen zijn verhaal.
Verdere gezinsleden zijn zus Elizabeth Anna Louise (Bep), geboren 1916 en zuster Anna Hildegonda (Anna) Geesink. Zij stamt uit 1925.

Niets geleerd

Joop komt op de MULO terecht, de huidige MAVO. Oudere broer Wim zit in de laatste jaren van de HBS (HAVO). Het hoofd van de school laat Joops ouders in het 2e schooljaar komen en adviseert hen om ‘luie’ Joop van school te halen. De grootste klacht is dat Joop wel met potlood en papier bezig is, maar dit niet voor huiswerk gebruikt. Hij tekent in de schoolschriften.
Joop moet maar gaan werken om wat te leren.

Joop-Geesink-Jeugdfoto

Jeugdfoto Joop Geesink

Dat geeft weer andere problemen, want Joop is vriendelijk en innemend als jongeman, maar heeft een grote eigengereidheid. Het werken voor een baas gaat niet goed. Zeker niet omdat hij als eerste baantje piccolo is bij een groot hotel (Hotel des Indes). Als piccolo heb je niets te vertellen.
Er volgt een reeks van 12 ambachten, 13 ongelukken. Hij vaart ook als koksmaat mee op de grote vaart. Zijn grootste struikelblok blijft dat hij meer belangstelling voor tekenen heeft dan voor werken. Laten we eerlijk zijn, tekenen is geen werken en als je niet werkt, verdien je geen geld, aldus de geldende arbeidersmoraal.

 

Hoofdstuk 2

Tekenlessen en Sigaren

Begin jaren '20 neemt Joop tekenles bij de Rijksacademie. Blijkbaar heeft hij toch talent. Hij verwerft een baantje als decoratieschilder in een warenhuis. Hij leert daar Rita Hessler kennen. Een bevallige danseres die werkt voor de Nationale Revue van Rob Peters. Rita en Joop trouwen in 1938.
Maar eerst zet het succes in decoratieschilderen hem aan tot andere stappen. Joop begint een reclamestudio in Den Haag. Hij is nu 19 jaar. Snel heeft hij een medewerker, die zo graag het reclamevak wil leren dat hij zelfs betaalt om te mogen werken voor Joop. Ook heeft hij een vertegenwoordiger. Er komen opdrachten binnen. Iedere opdracht moet gevierd worden met het opsteken van een sigaar. Een oer hollands status symbool. De sigaar is altijd gebleven en wordt een handelsmerk van Joop Geesink.
Wie niet blijft, is zijn vrouw Rita. In 1939 verruilt zij Joop voor een Duitse soldaat. Een emotionele klap voor de achterblijver.

Crisisjaren

De economische crisis van de jaren ‘30 draait het reclamebedrijf van Joop de nek om. Broer Wim heeft een zware tijd bij een grammofoonplatenbedrijf in Den Haag. Op Joop’s verzoek starten ze samen een bedrijfje voor buitenreclame.
Joop krijgt de opdracht een groot reclamewerk te maken ten behoeve van een bioscoop op het Spui. Tevens mag hij voor de Nederlandse première van Disney’s Sneeuwwitje het Nögggerath Theater decoreren. Deze decoratie pakt hij groots aan en levert veel publiciteit op. Het toenmalige Polygoon (bioscoop)journaal maakt er een verslag van.
Joop en Wim krijgen steeds grotere opdrachten. De bioscoopgevels keren meerdere keren terug maar ook decoraties ter gelegenheid van het huwelijk van Prinses Juliana (1937) levert hem veel werk op. Joop en Wim hebben nu al 8 man in dienst.

Huwelijk-Prinses-Juliana-1937

Straatdecoratie tijdens huwelijk Prinses Juliana en Prins Bernhard


In 1941 hertrouwt Joop en krijgt in 1942 een dochter Nelleke en in 1943 een zoon Rob.

Hoofdstuk 3

Toneel en Revue

In de laatste jaren voor de 2e Wereldoorlog treedt de Nederlands Revue op met de première van “Dat doet je weer goed” met o.a. Lou Brandy. Op de valreep moet een belangrijk decorstuk worden gecompleteerd. Joop’s aanstaande vrouw Rita is als danseres bij deze productie betrokken. Zij haalt Joop er bij, die de klus klaart. Op revue-eigenaar Bob Peters maakt dit indruk. Bob en Joop worden goede vrienden en er volgen jaren van samenwerking. Deze gaat bijna verloren  wanneer blijkt dat Joop besmet is geraakt met open-TBC. Samen met Wim moeten ze enkele maanden kuren. Joop tekent in het sanatorium door aan revue-decors.

SnipenSnap-1941-LoRes
Voor bijscholing gaat Joop naar Parijs om mee te werken aan revuedecors van de Moulin Rouge.
Het zien van alle glitter en glamour spreekt tot de verbeelding van Joop. Hoe je het publiek naar bepaalde reacties en emoties kunt sturen, vindt hij prachtig. Hij vindt de revuedames bovendien ook prachtig.

In de film

Terug in Nederland bouwt hij veel decors voor revue’s en wordt gevraagd door filmproducent Rudolf Meyer om voor de Nederlandse speelfilm “De Spooktrein” decors te ontwerpen. De regie is in handen van Karel Lamac, met Fien de la Mar, Louis Borel en Jan Musch.

DeSpooktrein-1939-LoRes

Foto uit: De Spooktrein


De opnamelocatie is bij de Cinetonestudio’s aan de Duivendrechtskade in Amsterdam.
Het is 1939 geworden.

1939-mobilisatie "Cantine teekeningen"  1939-Algemeen Handelsblad, 19 oktober

Werken bij de film is een jongensdroom van velen. Bij Joop is de droom uitgekomen. Helaas kan hij zich niet verder ontwikkelen in de filmindustrie door het uitbreken van de oorlog. Joop wordt op zijn 26e jaar gemobiliseerd. In het leger tekent hij muurschilderijen in de kantine. Dit levert ook weer publiciteit op.

Postkaart in het kader van mobiliseringMilitaire Kaart-2 MilitaireKaart-3

Joop Geesink tekent een serie kaarten in het kader van de mobilisatie in 1939.

Hoofdstuk 4

Joop Geesink en Marten Toonder

In 1941 volgt een fraaie opdracht van de Spoorwegen. Joop Geesink tekent enkele reclame-uitingen en een flipboekje.

Spoorwegen-Poster-1939

De Spoorwegen vraagt Joop de boodschap in een bioscooptekenfilm over te brengen. Deze komt tot stand door tekenwerk van Paul Keizer en Lou den Hartog. Wegens succes volgt een nieuwe opdracht.

1942-Pierus (Spoorwegen) 

1942 - Pierus in de contramine

Tekenfilmkennis en apparatuur voor serieus productiewerk ontbreekt, dus Joop adverteert voor tekenfilm personeel. Jan C. Bouman, zakelijk leider van striptekenaar/tekenfilmer Marten Toonder, ziet deze advertentie en stelt een kennismakingsafspraak voor met Toonder. Binnen no-time is besloten tot een samenwerking. De NS-film gaat heten "Pierus in de Contramine".  Henk Kabos wordt in 1942 aangenomen en daarmee is de start van Geesink Toonder Teekenfilm-productie gemaakt. Inderdaad, met dubbel ‘e’.
Omdat Joop Geesink de eerste en voorlopig enige opdracht aanlevert, mag zijn naam vooraan staan.

1942---Toonder-Geesink-Bouman-Geesink-2-LoRes 1942-Joop-Geesink bij Toonder

Vlnr.: Joop Geesink, Marten Toonder, Wim Geesink, Jan Bouwman
Foto rechts: Joop Geesink

Al het tekenwerk wordt in de Amsterdamse huiskamer en kinderkamer van Geesink aan de Vijzelstraat gerealiseerd. Een klein probleem is dat niemand precies weet hoe je tekenfilms maakt. Onder illegale omstandheden worden films bekeken van Amerikaanse makelij: Betty Boob, Felix the Cat. Deze vallen onder Duitse censuur. Er wordt zelfs een kopie van Disney's Pinocchio gevonden en beeld-voor-beeld geanalyseerd.

Wazige ontwikkeling

Hier belanden we in een onduidelijk stuk geschiedenis. 
Er zijn verschillende lezingen over deze periode. Met name de rol van Marten Toonder is door hem zelf achteraf vaak bewust versluierd. Vast staat dat je in de oorlog geen studio kan hebben, tenzij je erkend bent door de Duitse bezetter. Hierdoor werkte het duo voor de Kultuurkamer. Velen zien dat als collaboratie met de vijand. Toonder heeft echter onderduikers in de studio werken en deze tekenaars produceren ondergronds verzetsmateriaal, vervalsen tal van documenten en andere zaken. Bovendien worden er tientallen mensen behoed voor te werkstelling in Duitse oorlogsindustrie, of erger …

Een belangrijke rol krijgt het Duitse bedrijf Degeto. Dit is een onafhankelijke producent van (smal))film voor de verhuur. Directie is idealistisch en anti-nazi. Het bedrijf is in Berlijn gevestigd en geeft opdracht voor een aantal korte Tom Poes filmpjes. In Nederland heeft de bezetter bepaald dat alle filmproducties bij Nederland Film gemaakt moeten worden. Hier worden uitsluitend propagandafilms en anti-semitische films geproduceerd. Doordat Geesink-Toonder nu rechtstreeks voor Berlijn werkt, ontloopt dit duo het verbod en kunnen ze goede tekenaars weghalen bij Nederland Film.

Er wordt in de oorlog een aantal poppenfilmpjes gemaakt, Phi-Garo is een voorbeeld. Maar Marten Toonder wil een avondvullende tekenfilm hebben. De tijd en techniek is hier niet rijp voor. De filmpjes zijn om die reden vrij onbeholpen van techniek. Om dit te bereiken is er nog een lange weg te gaan. Het duurt tot 1985 dat zijn Bommelfilm “Als je begrijpt wat ik bedoel” wordt gerealiseerd.

De poppenstudio is in de kelder op de Beursstraat te Amsterdam en het kantoor van “Toonder-Geesink Teekenfilm-Productie” aan de Keizersgracht 530.

1943-PhigaroLR

Werkfoto uit Phi-Garo (1943)

Wegens schaarste aan materiaal stopt de filmproductie in de loop van 1943.

Veel is niet bekend over het verloop van de samenwerking tussen Joop Geesink en Marten Toonder. Duidelijk is dat ze niet op één lijn zitten. Toonder is de kunstenaar, idealist. Geesink de zakenman, showman. De twee directeuren lopen elkaar in de weg, ondanks het wederzijdse respect. Deze samenwerking heeft precies één jaar geduurd.

Hoofdstuk 5

Berlijn & Philips

Geesink heeft ondertussen een vijftal reclamefilmpjes gemaakt. Hij reist naar Berlijn om support voor de continuïteit van zijn bedrijf te verwerven.
Aangekomen in Berlijn treft Joop een zekere Sies W. Numan. Numan is bij Philips “Directeur Internationale Publiciteit”. Hij is in 1934 de initiator om George Pal in Eindhoven een poppenfilmstudio te laten beginnen. Numan is in Berlijn om een aantal oud-Pal medewerkers onder te brengen en op deze wijze de kennis en techniek veilig te stellen tot na de oorlog.
Namen van gedelegeerden zijn hier o.m. Jószef Misik, Jan Coolen, Frans Hendrix en Jan Bax. De heren Coolen en Hendrix verhuizen uiteindelijk naar Londen bij Signal Film.
Joop Geesink krijgt uit Berlijn de opdracht mee om vier kleuren (!) tekenfilms van elk 20 minuten met Tom Poes te maken. Tevens krijgt hij van Sies Numan de ingeving mee om te denken aan een poppenfilmstudio.

De oorlogsituatie levert zware economische en logistieke problemen voor de 4 films van Tom Poes. Los van enkele bewaarde fragmenten wordt “Geheimniss der Grotte” ("Het Geheim van de Grot") het enige bewaarde deel.

TomPoes-geheim-van-de-Grot

Van de Tom Poes film worden ook verzamelplaatjes gemaakt

Serenata-Nocturna

Serenade Nocturna

In Amsterdam zet Joop Geesink een aantal mensen aan het werk voor een film die later bekend wordt als Serenata Nocturna. Een echte poppenfilm. Medewerkers zijn o.a: Jan Duyfvetter, John van der Meulen en Bertus Outmayer. Van de laatste verschijnt in februari 2013 een interview met hem vanwege zijn betrokkenheid met Joop Geesink’s Carnaval (1984) in de Efteling.

Hoewel Serenata Nocturna een charmante uitstraling heeft, is de gebruikte techniek uiterst primitief. De George Pal-techniek mag wegens patent niet worden gebruikt. Om die reden maakt poppenmaker Dopey Scheffer gebruik van uit klei geboetseerde gezichten om een wisselende expressie te behalen.
Medewerkers zoeken naar een techniek die een flexibele pop geeft en waarover wel alle controle bewaard blijft.

De studio maakt in de laatste jaren van de oorlog een grote ontwikkeling door. Marten Toonder en Geesink besluiten ieder hun eigen weg te gaan. Toonder richt zich op tekenfilm en Geesink op poppenanimatie. Medewerkers worden verdeeld op basis van geleverde prestaties en toegekend talent. Inspraak is er niet. Henk Kabos wordt bij Toonder als tekenfilmer geplaatst.
Het aantal personeelsleden loopt van 60 man op tot bijna 100. De studio is aan de Nieuwezijds Voorburgwal. Broer Wim Geesink wordt zakelijk leider.
In 1944 zijn er vrijwel geen zakelijke activiteiten meer mogelijk. Om bij de bezetter de indruk op te houden dat de mensen in de studio hard nodig zijn, worden er ‘filmopnames’ gemaakt met camera’s waar geen filmrol in zit. De Duitse bezetting denkt evenwel dat er gewerkt wordt en laat de studio met rust.

1943-Diepzee-avontuur

Filmtitel Diepzee Avontuur (1943)

 

Hoofdstuk 6

Periode tot 1950

De oorlog is voorbij. De tijd van wederopbouw breekt aan. Er is behoefte aan alles maar er is niets. Joop Geesink ziet de groeimogelijkheden van reclamefilm enerzijds en het verlangen naar verstrooiing bij de bioscoopbezoeker anderzijds.
Zakelijk gezien moet Geesink een nieuwe start maken. Hij werkt niet meer met Toonder en heeft een economische reprimande gekregen van de Zuiveringscommissie vanwege zijn werk voor de Duitse Kultuurkamer.
Een uitgedunde maar zeer vakkundige en gemotiveerde groep medewerkers is beschikbaar. Joszef Misik, Jan Coolen, Frans Hendrix, Koos Schadee, Theo Doreleyers en Wim Gomes vormen de kern van de studio.

1945-Joop-Geesink-met-pop

Joop Geesink met één van zijn eerste poppen (1945)

Dollywood

In 1947 wordt voor het eerst de naam “Dollywood” gebruikt op een filmtitel. Vanwege Joop’s naamsbekendheid, flair en enorme doorzettingsvermogen verwerft hij vrij snel nieuwe opdrachten.
De studio staat aan de Beursstraat in Amsterdam. Spoedig zijn er ca. 35 personen werkzaam. De krant maakt hier melding van. Het contact met Sies Numan van Philips bestaat nog steeds en Numan bemiddelt in de transfer van verschillende oud-Pal medewerkers. Ze werken nu voor Geesink.
Een serie van filmpjes voor Nederlandse bedrijven maakt de studio tot een groot internationaal fenomeen. Filmtitels die nu nog bekend zijn: “The Big Four Confereert”, “Honig Werkt”, “De Wereld Op Zoek Naar Vrede”, “De Drie Mascottiers”.

JoopGeesink-Portret 1949

Joop Geesink met sigaar (1949)

Vanaf 1947 komt Harry Tolsma de poppenafdeling leiden. Onder zijn handen en leiding ontwikkelt de poppentechniek zich tot een ongekend hoog niveau.

Philips blijkt een gulle opdrachtgever. Toch is het geen weelde. Tijdens de productie van “De Drie Musketeers” voor Philips is er vrijwel geen geld meer voor de salarissen. 

Het wordt een levensreddende ontmoeting met diamantair Jacques Lopes Cardozo die een som van 10.000 gulden in het bedrijf investeert. Een weekloon is dan 50 gulden. Cardozo zal jarenlang op de achtergrond een stuwende persoon blijven, zowel zakelijk als moreel.

Technische vernieuwing

In de laatste jaren ’40 ontwikkelt de animatietechniek in een hoog tempo. Niet alleen de poppen zijn geperfectioneerd maar vrijwel alle producties met enig budget worden gefilmd in Technicolor. Een unicum omdat het tot in de jaren ’60 zal duren voor de eerste Nederlandse speelfilm in kleur verschijnt. Voor dit doel worden verschillende 35 mm filmcamera’s omgebouwd.
Rond 1949/1950 richten Joop Geesink en Sies Numan zich op de ultieme productie die alle technische registers van de studio zal demonstreren. In 1951 gaat deze film in première: Kermesse Fantastique. Deze film wordt uitgebracht in het kader van het 60 jarige bestaan van Philips.

 Kermesse-poster LoRes  1951-Geesink en Sies Numan-Kermesse Fantastique

Links: promotieposter voor Kermesse Fantastique (1951)
Rechts: Joop Geesink en Sies Numann op de set van Kermesse Fantsique (1950)

De studio heeft ca. 150 man in dienst, een eigen (zwart-wit) filmlaboratorium en tientallen technische specialisten. Dollywood is ondertussen verhuisd naar leegstaande barakken achter de Cinetone studio’s. Geesink is weer terug op de voormalige locatie van “De Spooktrein”.
Door de explosieve groei is de studio een gezellig allegaartje geworden met gangen, hokken, ateliers en kantoren kris-kras door elkaar heen.
Joop Geesink heeft zijn broer Wim als zakelijk leider in dienst. Deze voert de stelregel in dat opdrachtgevers een voorschot voor de film moeten betalen. Eerder bestond deze regel niet en konden klanten zich vlak voor de oplevering nog terugtrekken.

De technische vernieuwingen die de studio ontwikkelt, ontstaan niet zozeer uit een visie van Joop Geesink maar meer uit zijn ongeremde fantasie. Eigenlijk weet Joop niets van filmtechniek en de technische problemen waar de makers mee te maken krijgen. Ongehinderd door enige vorm van terughoudendheid borrelen de ideeën op in de wetenschap “mijn jongens maken het wel”. Deze ‘jongens’ hebben hier hun handen aan vol.

1948-Geesink-storyboarding

Joop Geesink storyboarding (1948)

In 1948 ontvangt Joop Geesink de opdracht van Honig om een nieuwe film te maken: Honigs Ideaal. Opdrachten als deze zijn hard nodig, want er moet aan circa 50 medewerkers elke week een loonzakje met geld meegegeven worden. 

De studiomensen moeten afwachten wat ze ontvangen en óf ze wat ontvangen. Joop stuurt de secretaresse met een leuk rokje aan naar de klant om een voorschotbetaling op te halen. Of hij gaat zelf. Dan worden de medewerkers bij elkaar geroepen. “Eh, … Jij bent vrijgezel, dus krijg jij vijftig gulden. Enne … jij bent getrouwd dus jij ontvangt er honderd. Nietwaar?”
Een eenvoudige vorm van salarisadministratie maar erg onzeker.

In 1949 gaat het goed met de studio. Joop Geesink wint diverse prijzen en start wervingscampagne voor zijn bedrijf. Hij toert langs diverse grote steden en nodigt industriëlen uit voor gratis filmvertoningen. Uiteraard films uit zijn studio. Om een totaalpakket aan te bieden start Joop ook een tekenfilmafdeling. 

Hoofdstuk 7

Van alle markten thuis

De komst van Henk Kabos, die tot 1949 bij Toonder werkte, is een creatieve aanwinst voor Geesink. Naast Henk Kabos komen o.a. ook Geert Knoef, Joop Bekker en Mary Oostendijk mee.
Daags na hun sollicitatie bij Dollywood moet Joop Geesink naar Persil in België. Wanneer Henk Kabos nu even een storyboard maakt dat wordt goedgekeurd, mag hij en zijn tekenfilmploeg blijven.
Het resultaat is het tekenfilmpje SOS Sneeuwman in gevaar van de hand van Henk Kabos. Hij mag dus blijven van Geesink. Rond 1950 heeft Geesink een ploeg van 15 tekenfilmers. Joop ziet dat onder de tekenfilmers de beste animatoren zitten, ook voor de poppenfilm. Verder beschikt Geesink over een live-action filmploeg.

1949-Advertentie-in-Revue-der-reclame-december 1949

Advertentie in reclamevakblad. December 1949

In deze periode komt meer talent naar Geesink.
Enkele jaren eerder, in 1946, start de Engelse Signal Film een poppenfilmstudio. Grote concurrentie voor Geesink. Uit de voormalige George Pal studio halen zij art director Jan Coolen, die met Koos Schadee en Frans Hendrix naar Londen afreist. De studio houdt het vol tot eind 1951 en sluit dan de poppendeuren. Bij Philips haalt Sies Numann opgelucht adem, hij wenst het talent in Nederland te behouden. Hij weet dit drietal te motiveren om zich bij Geesink aan te melden. In deze rij sluit ook Dopey Scheffer aan die uit de voormalige Britse studio het productiegeheim voor plastic poppen-ledematen meeneemt. Henk Kabos en Harry Tolsma verwerken dit nieuwe element in de productietechniek van de ultieme animatiepop.
De economie begint meer aan te trekken. We zijn in de beginjaren ’50.

De eerder besproken opdracht van Philips voor Kermesse Fantastique levert de studio een fabelachtig budget van 400.000 gulden op. In 2013 zou dat een budget van ca. 1,5 miljoen euro vertegenwoordigen. Werk voor anderhalf jaar. De film is een gezamenlijk project van Geesink en Numann. Beide heren kunnen hier hun ideeën in kwijt en budget is er voldoende.

Hoofdstuk 8

Reizen, Ruzie en Prestatie

Joop is een ondernemende man. Hij reist duizenden kilometers om klanten te werven. Hij heeft zijn broer Wim als zakelijk leider. Dat geeft enerzijds vertrouwen maar anderzijds is Wim vaak de persoon die op de rem moet trappen. Werknemers horen door de dunne kantoormuren van de Duivendrechtsekade soms heftige woordenwisselingen, om niet te spreken van knallende ruzie. Joop wil zijn klanten het beste leveren en neigt regelmatig tot budgetoverschrijding. De taak aan Wim om zijn broer te behoeden voor te grote verliezen. Joop eist van zijn medewerkers absolute technische en creatieve perfectie. Hij wil zijn klanten niet teleurstellen en daarom moeten de films óók nog snel en goedkoop geproduceerd.

De drie mascotteers  1953-1e-3D-film-LR

Links: still uit De Drie Mascotteers (1953) voor Mascotte Vloeipapier
Rechts: drie berichten over de eerste Geesink 3D-film (1953)

Joop kan heel amicaal met je zijn. Zeker als hij tevreden is over je werk. Zodra je niet aan zijn verwachting voldoet, moet je het ontgelden. Gedreven als hij zelf is, zweept hij zijn mensen op. Het is voor hem normaal dat je overwerkt. Daar moet je niet over zeuren. Werken en mond houden. Creatie en commercie geven altijd wrijving.
Het is begrijpelijk dat niet iedereen van deze werkgeversmentaliteit is gediend. Het resulteert in nogal wat verloop onder het personeel. De mensen die veelal blijven, zijn de echte creatievelingen. Mensen die werken om iets moois te creëren. Zij zien een uitgelezen kans om hun talenten tot ontwikkeling te laten komen. Deze artiesten realiseren zich nauwelijks dat ze werken aan een wegwerpproduct, genoemd ‘reclame’.

Henk-Kabos (Links)

Links: Henk Kabos in bespreking over een Ballantine commercial (1953)


Joop ziet het talent en stimuleert de mensen dit verder uit te bouwen. Het salaris is niet altijd marktconform.

Hoofdstuk 9

Nieuw Huwelijk, Verliezen en De Aarde Ontstaat

Het is begin jaren ’50 dat het tweede huwelijk van Joop strandt. Zijn zuster Bep blijkt een goede vertrouwenspersoon die buiten de spotlights veel van haar broer heeft geïncasseerd.
In 1953 stapt Joop voor de derde keer in het huwelijksbootje. Hij trouwt de Engelse Irene Mitchell, een weduwe met 2 kinderen. Joop brengt zijn kinderen Rob en Nelleke mee en uit dit huwelijk wordt in 1954 dochter Louise geboren. Louise blijkt van haar vader tekentalent geërfd te hebben.

Dollywood maakt een speelfilm. Het Wonderlijke Leven van Willem Parel verschijnt in 1953 in de bioscoop met Wim Sonneveld in één van de hoofdrollen. De film, onder regie van Gerard Rutten en decorontwerpen van Henk Kabos, heeft een budget van 200.000 gulden. Helaas wordt het geen succes en levert de film een verliespost op van 70.000 gulden.

1954-Joop-Geesink-en-Wim-Sonneveld-SetfotoWillemParel  1952-Premiere-Willem-Parel 10-02-1952

1951 -Joop Geesink en Wim Sonneveld, rechts advertentie voor de film (10-02-1952)

Het financiële verlies is nog enigszins op te vangen. Veel groter is het verlies in vertrouwen van Joop in de regisseur Rutten.
Medewerkers van de film vertellen dat assistent-regisseur Ronnie Erends de film heeft kunnen afronden. Rutten miste het overzicht in grote producties. Dit is einde samenwerking met Rutten als speelfilmregisseur. Het is tevens einde van alle lopende en toekomstige plannen voor avondvullende films door Geesink.

1953-Joop-Geesink-en-Gerard-Rutte

Joop Geesink en Gerard Rutten (1953)

Dan komt een mega grote opdracht uit de Verenigde Staten.
In samenwerking met uitgever Time-Life wordt een prestigieuze en ambitieuze filmserie gestart over het ontstaan van de aarde. De eerste titel gaat heten The Earth is Born. In een vierluikfilm van elk 30 minuten vol special effects moet op realistische wijze het ontstaan van de aarde in beeld gebracht worden. Van oerknal tot oertijd.

Earth Is Born -small

Het budget hiervoor is niet gedocumenteerd, maar Geesink verliest op het eerste deel een kwart miljoen gulden. De samenwerking én de filmserie worden afgeblazen.
De studio raakt op de rand van faillissement.
Philips stelt zich garant voor 300.000 gulden. Het krediet behoeft niet te worden aangesproken.

Hoofdstuk 10

Reizende Ster

Productie van animatie is duur. Poppenfilm is nog duurder. Gelukkig heeft Geesink een afdeling gericht op live-action: Starfilm. De meeste opdrachten zijn bioscoopcommercials en tv-commercials voor landen waar commerciële tv intrede doet.
De animatieafdeling verzorgt voor talrijke speelfilmproducties geanimeerde onderdelen. Vaak blijft het beperkt tot een bewegende titel of een verpakking dat zich opent. Er ontstaat een grote rivaliteit tussen de live-actionafdeling en de poppenfilmstudio. Live-actionfilmers vinden poppenfilm maken kinderachtig en omgekeerd beschouwen de animatiefilmers het maken van speelfilm niet als een kunstvorm.
Feit blijft dat de speelfilmopdrachten voor steeds grotere omzet zorgen en dat de animatie een visitekaartje is waarmee Geesink bij klanten kan binnen komen. Zodra een klant hoort hoe duur poppenfilmproductie is, heeft Joop met zijn watervlugge geest een alternatief plan klaar en biedt een live-actionvariant aan. Daarmee behoudt hij de klant.

Geprijsd en Prijzen

Ondanks de stevige productieprijs die de klant betaalt voor een poppenfilm heeft dit medium het grote voordeel van onderscheidend vermogen. Poppenfilms hebben een enorme aantrekkingskracht op het publiek en de ingebouwde reclameboodschap wordt geslikt.
Dollywood maakt internationale furore met de poppenfilms. Grote Nederlandse opdrachtgevers zijn o.a. Philips, waarvoor minstens 8 films van minimaal 10 minuten worden gemaakt en het Nederlands Zuivel Bureau (NZB) met vele Dutchy-films.
Geesink neemt ca. 80 internationale filmprijzen voor de poppenfilms in ontvangst.

Dutchy en Pr.Electron bekroond mei 1956

Voorbeeld van één van de vele gewonnen prijzen

De filmprijzen zijn een mooie waardering en wekken de nieuwsgierigheid op van nieuwe potentiële adverteerders. Joop voelt zich als een vis in het water wanneer het gaat om ideeën bedenken. Met een half woord van de klant heeft hij een stapel schetsen klaar. Soms schiet hij zo ver door in zijn ontwerpdrift, dat hij vergeet wat de reclameboodschap moet worden.
Medewerkers weten te vertellen wanneer hij terugkomt met een opdracht soms niet meer precies weet wat er is besproken. Het is de combinatie van zijn niet te stoppen fantasie, die nog sneller gaat na enkele glazen whisky. De creatieve chaos roept soms verontwaardiging op bij klanten die andere resultaten zien komen dan beloofd. Wederom biedt de snelle creatieve geest van Geesink uitkomst.

Hoofdstuk 11

Uitbreiden van succes

Het merendeel van de klanten zal tevreden terugkijken op de verstrekte opdrachten aan Geesink. Zijn films maken een enorme impact op het publiek en de verkoop van het geadverteerde product stijgt. Reden voor Joop om op een succesvolle campagne voort te borduren. Hij is niet alleen de filmproducent, maar tevens reclamebureau die de concepten ontwikkelt.

Mackeson-racing

Voorbeeld van Mackeson commercial 

Befaamd voorbeeld is de commercialserie voor Mackeson bier. Zo’n 60 films van een halve of hele minuut laten bierflesjes tot leven komen. Eén van hen is een etiketloos sukkeltje. Zodra een toeschouwende bierfles de merknaam uitroept, verandert het sukkeltje in een bierfles met super kracht. De populariteit van deze serie komt terug tot in de voetbalstadions. Als een elftal niet presteert, roepen de supporters “Mackeson!”.
In de Verenigde Staten zijn Beechnut en Ballantine een voorbeeld van herhaald succes. Een groot voordeel van series is dat veel ontwikkelingskosten al zijn gemaakt en de klant weet wat er verwacht kan worden.

Hoofdstuk 12

Alleenrecht

Klanten zien de exclusiviteit van het medium en eisen steeds vaker een beding in het contract dat gedurende een bepaalde periode Geesink niet voor de concurrentie soortgelijke producties mag maken. Leg Joop Geesink zulke eisen niet op. Het is voor hem de uitdaging om enerzijds het concurrentiebeding te tekenen en anderzijds die concurrenten binnen te halen.
Het gebeurt omstreeks 1954 dat Geesink een grote opdracht voor General Electric verwerft. Een poppenfilm van 10 minuten over de geschiedenis van het licht. The Story of Light volgt de ontwikkeling van verlichting. Van oervolk met brandende takken tot en met de moderne mens met TL-licht in de jaren ‘50. Ook hier het concurrentiebeding. Geesink kent Sies Numann bij Philips die ook lampen produceert. Uit dezelfde periode komt de Philips film Light and Mankind met een vrijwel identiek verhaal, stijl en storyboard. Geen vuiltje aan de lucht, de ene klant in de VS en de andere in Europa.

Story-ofLight Misik & Bouman

Jószef Misik (M) animeert aan Story of Light, Links: cameraman Jan Bouwman (1954)

Op zekere dag kondigt de klant uit Amerika zich aan om te zien hoe de productie verloopt…
Joop laat in alle haast delen van de studio dichttimmeren waar de concurrerende Philipsfilm wordt opgenomen. De klant is onder de indruk van de borden “Top Secret” en durft geen vragen te stellen.
De dreiging van een schadeclaim evenals een annulering gaat aan Joop voorbij. De les die hij leert: “Volgende keer wat handiger aanpakken.” Veel respect voor zijn klanten blijkt Geesink in dat opzicht niet te hebben. Net zo min als voor zijn personeel.

Het gaat maar door

Een positieve stimulans is de release van The Traveling Tune (1961). Deze Philipsfilm van 10 minuten wordt in de zgn. paperdolltechniek gemaakt onder leiding van Max Keuris. De papieren poppen van Jacques van de Boom en de animaties van Günther Mandle zorgen voor lovende recensies. Nieuwe opdrachten voor deze techniek volgen.

TravelingTune productiefoto  Geesink-paperdoll-small 1961-TravelingTune-04-11-1961-De-WaarheidLr

Productie van paperdolls voor The Traveling Tune (1966)

Philips is nog steeds trouwe klant. Naast enkele kortere films voor o.a. de Amerikaanse tv volgt een nieuw jubileum van Philips: 75 jaar muziekindustrie. Dit wordt gevierd met een fantastische productie in poppenfilm van 10 minuten: Philips Cavalcade – 75 Years of Music. Met alle toeters en bellen. De film komt in 1966 uit. Het is de state of art van die tijd.

75 Years of Music - Philips Cavalcade

Hoofdstuk 13

Groter groeien

Begin jaren ’60 ontstaat de commerciële televisie in Europa. Frankrijk, Italië, Duitsland gaan Nederland voor. Nederland heeft de eerste “tv-piraat”. Het REM-eiland dat tv-programma’s uitzendt met reclame. Dit experiment duurt niet lang. In 1967 is officiële reclame op de Nederlandse TV een feit. Voor de eerste uitzenddag zijn 38 spots ingepland, waarvan 12 uit de Geesink studio’s komen.
Dagelijks recenseert de krant deze nieuwe commercials alsof het tv-programma’s zijn. De Geesink Studio’s krijgen goede cijfers. Dit leidt tot vervolgopdrachten.

De tijd nodig om deze mijlpaal in de TV-geschiedenis te bereiken, vult Joop met nieuwe plannen.
De studio aan de Duijvendrechtsekade is een aaneenschakeling geworden van losse gebouwtjes, onderling verbonden met een wirwar van gangen, uitbouwsels en overkappingen. Tijd voor een nieuwe studio.
Vol trots wordt in 1966 aan de W.J. Wenkenbachweg een moderne en grote studio door Prins Bernhard geopend. Deze opening is op 28 april, Joop’s verjaardag.

1966-Joop en Wim Geesink en Prins Bernhard-opening studio  Dollywood-studios-exterieur  Dollywood-studios-interieur  

1966- Vlnr: Joop en Wim Geesink met ZKH Prins Bernhard bij de opening studiocomplex
Midden en rechts: exterieur en interieur van nieuwe studio

De studio is voorzien van alle denkbare voorzieningen. 
Groot, groter, grootst. Zo ook de overheadkosten. Er moet iedere maand enkele tonnen aan opdrachten worden omgezet om deze huisvesting en 150 man personeel te bekostigen.

Personeelsadvertentie-Revue-der-Reclame-1967 Dollywood-studios-exterieur-1966

Personeelsadvertentie (Revue-der-Reclame-1967), rechts de voorgevel

Hoofdstuk 14

Disneyworld

De ideeën blijven borrelen. Joops grootste plan ooit rijpt al vanaf 1962 en krijgt vorm. Geesink gaat zijn bakens verzetten naar Holland Promenade. Een attractiepark nabij Amsterdam waar heel Nederland op schaal is vertegenwoordigd. Iedere “stad” binnen het park wordt gesponsord door een commerciële onderneming. Educatief en commercieel samen. Mooier dan het cultureel oppervlakkige Disneyworld.
Joop gaat helemaal in het plan op. Hij realiseert zich dat de hausse van poppenfilm en tekenfilm van voorbijgaande aard is en wil een andere financiële steunpilaar klaar hebben staan.
Geesink heeft voor dit doel aparte bedrijven gestart: Joop Geesink Special Projects en Geesink Artists N.V. Hij richt zich ook op andere attractieparken en projecten in binnen- en buitenland.
Een enorme maquette wordt gebouwd waarin van alles beweegt en rijdt. Bij de opening van de nieuwe studio krijgt het schaalmodel van Holland Promenade een vaste presentatieruimte en de pers stroomt toe. De pers is echter negatief. Het wordt op calvinistische wijze als een pretpark afgeschilderd.

HollandPromenade 1966

Holland Promenade in de media (1966)


Huisvesting voor het park is vanwege inspraakprocedures niet te verkrijgen en de sponsors haken af.
Het komt niet van de grond. Ook buitenlandse projecten lopen vast door diverse oorzaken.
Bijna twee miljoen gulden verdwijnt in de vuilbak. Al die tijd heeft de poppenfilmafdeling het moeten doen zonder Joop’s intensieve en stimulerende sturing. Het imperium wankelt.

Nekslag

De nieuwe studio brengt forse liquiditeitsproblemen met zich mee. Aan alle kanten wordt gesnoeid. Eerst in de productiekosten. Films moeten goedkoper, simpeler worden gemaakt. Vervolgens gaan er tientallen medewerkers de deur uit. Hoewel Joop nooit iemand persoonlijk ergens voor heeft bedankt, doet dit hem pijn. Grote donkere wolken boven zowel Dollywood, Starfilm en Geesink Artists.
Gebrek aan financiële continuïteit zorgt voor de nekslag van Dollywood in 1971. De kranten maken melding van Geesink’s faillissement.

Joop-Geesink-op-kantoor  1965-Joop-Geesink-op-kantoor

2x Joop Geesink op zijn oude kantoor. Door het raam is de bouw van de nieuwe studio te zien. (1965)

Hoofdstuk 15

Engel

Alle narigheid ten spijt, Philips blijft als klant trouw en dient zich nu wederom aan als reddende engel. Achter de schermen wordt koortsachtig overlegd. Het is niet alleen Geesink die als filmproducent moeilijke tijden doormaakt. Collega Marten Toonder drijft vrijwel geheel op de inkomsten uit de stripverkoop. Er ontstaat een nieuw consortium voor een groot deel gefinancierd door het Philips Pensioenfonds.
Het eens zo ambitieuze nieuwe studiocomplex wordt in 1971 verlaten om ruimte te maken voor Philips kantoren.
De filmproductie van Geesink wordt in een dramatisch afgeslankte bezetting ondergebracht in de bijgebouwen van Kasteel Nederhorst in Nederhorst den Berg. Daar is ook de tekenfilmstudio van Marten Toonder. Een samenwerking met Cinetone studio’s maakt een doorstart mogelijk. Van de 150 poppenfilmmedewerkers zijn er nog maar 15 over. Kranten maken melding van de Toonder-Geesink producties. Dit keer staat de naam van Toonder vooraan.

Nederhorst-kasteel    nederhorst-koetshuis

Links: hoofdgebouw Kasteel Nederhorst met o.a. Toonder (stripafdeling)
Rechts: koetshuis met daar achter de poppenstudio

Binnen de lange rij van ontslagen valt één naam op: Joop Geesink. Hij doet in deze nieuwe formule niet meer mee. Op papier beschikt hij nog wel over de namen van Dollywood, Starfilm en Joop Geesink Special Projects, maar dit zijn lege firma’s.

dollywood-verhuizing-Kontekst-1973

Hoofdstuk 16

Mainzelmännschen

Joop Geesink werkt nu vanaf huis aan de J.J. Viottastraat te Amsterdam. Hij wordt bijgestaan door zijn zoon Rob, dochter Louise en een tweetal freelancers.
Zijn motto is “nooit achterom kijken!”. Hij tekent weer en broedt op plannen. We zijn aangeland in de periode 1971/1972. De nieuwe Toonder-Geesink studio’s maken behoorlijk veel opdrachten voor de STER-reclame. In de vijf jaar dat reclame op de buis is, groeit het aantal reclameblokken.
Geesink bedenkt en ontwerpt enkele commercials, waarvan diverse in poppenanimatie. De realisering wordt nu exclusief uitbesteed aan de externe productiemaatschappij.

De Duitse tv heeft ook reclame en daar worden de commercials onderling verbonden door tekenfilmfiguren met de naam Mainzelmännchen. Ze beleven korte avonturen.

Mainzelmännchen

Op basis van dit beeld ontwikkelt Geesink een typisch Nederlandse tegenhanger. Loeki de Leeuw wordt aan de directeur Chris Smeeskens geïntroduceerd. Hij ziet dit wel zitten en laat in series van 30 stuks de grappen aanleveren. Ieder filmpje duurt 4 seconde. De eerste uitzending is in 1972.

Loeki Krijgt Vriendin1979

Na korte tijd en enkele series verder heeft Loeki een grote populariteit verworven onder het Nederlandse publiek en mag hij alle reclameblokken aankondigen en uitzwaaien. Voor de Toonder-Geesink studio is Loeki een geschenk uit de hemel. Door de afgeslankte bezetting krijgt de studio hier een belangrijke financiële basis. Loeki groeit uit tot een serie die na de dood van Joop Geesink nog jaren zal doorlopen.

Hoofdstuk 17

Efteling

Joop heeft geleerd van zijn Holland Promenade debacle. Hij zal nooit meer een attractiepark bedenken of willen opzetten. Hij was twintig jaar eerder, in de beginjaren ’60, zijn tijd ver vooruit. Nederland heeft anno 1983 meerdere attractieparken. In Wassenaar adverteert Duinrell tot vandaag met een logo door Geesink ontworpen: Rik de Kikker.
Geesink heeft wel inzicht en kennis over attractieparken opgebouwd en dat brengt hem bij De Efteling. Daar zit men met een praktisch probleem. Een nieuwe attractie moet er komen, maar de voorgaande attracties (Spookslot en Python) gingen vér over het budget. Om geen bezoekers te verliezen, moet er snel iets komen en bovendien financieel degelijk.

1984-Joop-Geesink en Carnaval Persfoto Efteling 1984, scan uit Efteldingen 2009
Links poseert Joop Geesink in de Efteling met een Carnaval pop. Beiden met sigaar (1984)
Rechts: Persfoto Efteling 1984, (scan uit Efteldingen 2009)

Het plan voor Carnaval Festival wordt gepresenteerd. Van A tot Z een Geesink design. Het ontwerp leidt tot grote bezwaren van artistiek directeur Anton Pieck. Geesink belooft de attractie tijdig op te leveren en geen cent over het budget te gaan. Dit geeft de doorslag. Pieck geeft zijn fiat.

Lees hier de ontstaansgeschiedenis van Joop Geesink's Carnaval Festival op de Eftepedia

Hoofdstuk 18

Afloop

Joop werkt hard aan de realisatie van het plan. Hij merkt dat zijn gezondheid hem in de steek laat. Joop is net de 70 gepasseerd maar doet het niet rustiger aan. Zijn werktempo is hoog.
De bouw vordert.
Geesink wordt opgenomen in het UMC ziekenhuis. Hij is fysiek versleten. In de koffiekamer van het ziekenhuis werkt Joop de laatste details uit van zijn attractie. Tekent ontwerpen voor nieuwe Loeki grappen en draagt de zorg voor zijn bedrijf en geesteskind Loeki over aan zijn dochter Louise.

Op 13 mei 1984 overlijdt Joop Geesink in het UMC op 71 jarige leeftijd. Hij heeft zijn Carnaval Festival niet meer mee mogen maken. In juni volgt de officiële opening van zijn creatie in De Efteling.
Broer Wim Geesink blijft tot augustus 1984 commissaris van de Geesinkbedrijven en treedt dan terug. Hij heeft vijftig jaar in dienst gestaan van zijn broer en diens werk.

Joop Geesink 1913 - 1984

Joop Geesink 1913 - 1984

Dochter Louise Geesink is nu directeur van Dollywood en zet het project Loeki de Leeuw nog jaren voort. In 2004 stopt Loeki op de TV. Niet wegens gedaalde populariteit. De zendtijd die nu aan Loeki wordt besteed, kan voordeliger aan de groeiende markt van tv-adverteerders worden verkocht. Bovendien bespaart de STER op deze wijze alle productiekosten. Loeki heeft in Nederland de tv-reclame acceptabel gemaakt, maar die reclame heeft Loeki ook zijn baan gekost. “Asjemenou!”

Kijk hier het laatste TV-interview uit 1983 met Joop Geesink.

Loeki de Leeuw

Loeki de Leeuw

Arie den Draak
April 2013

Bronnen:

  • Tjitte de Vries en Ati Mul voor het boek “Joop Geesink – poppenfilmproducent” (1984)
  • J.W. de Vries “De Toonder Animatiefilms” (2012)

 

NL EN

Zoek binnen de website

Erkend door Online Musea

OnlineMuseum

Please publish modules in offcanvas position.