Historische berichten

Recent geplaatst

Gastenboek / Reactions

1966 – Nederland klaar voor Wereld Expo 67

Nederland kijkt reikhalzend uit naar Wereld Expo 67 in Montreal. Grote kopstukken uit Nederland worden ingezet om het evenement te laten slagen, onder wie Joop Geesink.

Geesink heeft tot in 1966 veel tijd en energie gestoken in zijn Holland Promenade project. De ontwikkelde kennis maakt hij hier voor een deel ten gelde door medewerking te verlenen aan World Expo 67. Op deze wereldshow wordt het karakter Rick de Kikker geïntroduceerd.
Het onderstaande artikel verhaalt in mindere mate over de persoon Joop Geesink, maar illustreert des te meer de omvang van de projecten waar hij zich tot aangetrokken voelt en bij betrokken is.

Bron: De Tijd, 14 mei 1966

1966 - Wereld Paviljoen Montreal Button-Terug-02

Klik op het artikel of hier voor een vergroting.


HTML versie

(Van onze speciale verslaggever)
MONTREAL, mei 1966. Veel is er op de uitgestrekte terreinen — vierhonderd hectare in totaal — van „Expo 67" nog niet te zien. Maar Nederland, één van de zeventig landen die de uitnodiging voor deze eerste wereldtentoonstelling op het Amerikaanse continent hebben aanvaard, kan dat nu al ter plaatse overtuigend bewijzen: het Nederlandse paviljoen stáát er al. Het is één van de drie gebouwen waarvan de ruwbouw nu op hoogte is, de twee andere zijn het telecommunicatiecentrum van de Canadese telefoondienst en het gezamenlijk paviljoen van de vijf Scandinavische landen.

Al lang tevoren was bekend dat vorige maand de Canadese bouwvak-c.a.o. zou aflopen. Met het verstrijken van de tijd zouden niet alleen de bouwmaterialen in prijs (blijven) stijgen — daar weet Canada ook van mee te praten— maar er zaten ook forse loonsverhogingen in het vat. Wie voordien al een flink stuk op streek wilde zijn, moest haast maken.

Paviljoen biedt uitzicht op centrum Montreal

In februari 1964, een maand nadat Nederland had besloten op de Expo 67 van de partij te zijn, koos Nederland al zijn terrein uit: op het kunstmatig vergrootte eiland in de Sint Laurensrivier met de naam Heilige Helena. Dit is pal tegenover de ook al belangrijke Verlengde Mackay Pier waarachter alle grote zeeschepen meren, ook de vlaggenschepen van de Holland Amerika lijn en waar volgend jaar  een onafzienbare armada van marineschepen uit de deelnemende landen het anker laten vallen voor een langdurig vlootbezoek. De regering stelde voor bouw, inrichting en exploitatie van het nationaal paviljoen twaalf miljoen gulden beschikbaar.

Vorig jaar juli werd met de bouw van het Nederlands paviljoen begonnen. Wie nu vanuit de stad Montreal over de oude Jacques Cartierbrug of de zojuist gereedgekomen Concordiabrug de chaos van zand, bouwmaterialen en monstermachines op het eiland nadert, ziet van ver af het zilver- aluminium bouwsel van het Rotterdamse architectenbureau Eijkelenboom al blinken in de zon.

OPVALLEND

Nederland zit op deze Expo frontloge.
Niet alleen door zijn plaats, ook als bouwwerk is het paviljoen een opvallende verschijning.
Architect F. Eijkelenboom heeft een cocon-constructie van in totaal 55 kilometer aluminium pijp ontworpen. Hierbij werd hij volgens Expo-voorschriften door een Canadese collega geassisteerd.
De duizenden stukken buis zijn volgens een eigen vinding van Eijkeleboom aan elkaar bevestigd en vormen samen het op een betonfundering rustend frame van het paviljoen, dat de indruk zal blijven wekken nog almaar in de steigers te staan. Wanden, vloeren en plafonds zijn aan de binnenzijde van de buizenconstructie opgehangen. Voordeel van dit systeem: Na afloop van de tentoonstelling kan het staketsel gemakkelijk worden gedemonteerd om waar en met welk doel dan ook elders weer in elkaar te worden gezet. Architecten uit de hele wereld zijn in Montréal bij de opbouw van de Expo werkzaam en hebben zich al geestdriftig over de Nederlandse inzending uitgelaten. De bouw- en materiaalkosten bedragen rond vijf miljoen gulden.
Het Nederlandse paviljoen staat vlak aan het water van de Sint Laurens én aan de rand van een klein meertje.
„Nederland is een door water omgeven en doorsneden land. Dat zullen we ze hier wel degelijk goed laten weten," zegt de heer J. A. F. van Alphen (44), door Buitenlandse Zaken als consul naar Montreal gezonden om daar de vaderlandse Expo-belangen te behartigen. „Een hele zaal is gewijd aan de Delta-werken met een volledige maquette, inclusief alle wegen, sluizen en dergelijke, tegen de achterwand een enorme luchtfoto van het Haringvliet."
Evenals in 1958 te Brussel, waar de laatste „officiële", door de regeringeng georganiseerde Wereld¬tentoonstelling werd gehouden, verschijnt Nederland ook hier in Montreal met een golfslagbekken, met het elektronisch versterkt geluid van klotsend water.

MODERN LAND

Op talloze manieren moet de Expo bezoeker duidelijk worden dat Nederland een modern land is, waar de industrie een hoofdrol speelt. Er komen enorme maquettes van de Zuiderzeewerken, van Rotterdam en Europoort en het achterland van deze belangrijke toegang tot West-Europa.'

De cineast John Femhout werkt als een bezetene aan een kleurenfilm met breed doek, zes geluidskanalen, titel „Holland ‘70" die de industrieën langs de Waterweg maar ook die van het noorden van het land alle aandacht geeft. Nederlands wetenschappelijke prestaties worden gesymboliseerd in prof. Zernike's elektronenhydroscoop.
Het algemeen Expo-thema „De mens en zijn wereld" met vooral natuurlijk de nadruk op vooruitgang van techniek en wetenschap, zal ook duidelijk op de Nederlandse bijdrage van toepassing zijn.
Rotterdam een geweldige maquette - dan Amsterdam ook eentje. Burgemeester Van Hall fungeert zelfs via een aantal telefoons als opper-voorlichter, zowel in het Frans als Engels. Ook het Amsterdamse broodje half-om is present. Het is genieten in een half op palen in het aangrenzend meertje gebouwd restaurant. Slechts één van de vele tientallen restaurants. De vijf zalen van het paviljoen worden met liften en roltrappen met elkaar verbonden, er is één in- en één uitgang, wie binnen is moet wel overal langs. Nog een greep uit wat er verder nog allemaal te zien zal zijn.
• Een Leerdamse „glasmanifestatie".
• De uit fijnhout vervaardigde stamboom der Oranjes, met alle zijtakken en de door Cécile Dreesmann geborduurde portretten, wie op een knop drukt ziet de voornaamste biografische gegevens van de corresponderende Oranje oplichten.
• Een door tekenaar Opland naar eigen inzicht te versieren wand „om wat met onszelf te spotten".
• Wisseltentoonstellingen van Nederlandse boekdrukkunst, moderne grafiek, beeldhoudwerken en „Nederlandse kunst in Canada".

(RICK DE) KIKKERLAND

Is dit alles hoogst serieus van opzet, Joop Geesink? Zijn jonge maatschappij „Famous Artists" is de inrichting van het paviljoen opgedragen, is meer van plan. De man van de Holland Promenade en het nieuwe handelsmerk: Rick de Kikker, wil ons land ook tonen zoals hij meent dat de bewoner van het Amerikaanse continent het ziet. Dus toch dijken en polders, molens en klompen, vissershuisjes en appelbomen.
Alles in een soort Disneyland met loeiende koeien en kwakende kikkers. Rick de kikker wordt terzijde in een speciale Geesink-souvenirstand aan de man gebracht.
Tot de 88 culturele evenementen van Expo ’67 die zijn uitgenodigd zijn de befaamste kunstenaars en gezelschappen ter wereld uitgenodigd. Hiertoe hoort het Moskouse Bolsjoi-theater dat met 373 man naar Montreal komt. Nederland word vertegenwoordigt door het optreden van het Concertgebouworkest in de grote concertzaal aan de „Place des Arts", op 17, 18 en 19 mei 1967.

Die dagen is de Expo dan ook het toneel van een grootse Nederlandse manifestatie. Op de Holland-Dag, 18 mei, slaat prins Bernhard het grote (2, 5 meter x 3,5 meter) Canadaboek open, dat in beeld en geschrift herinneringen van Nederlanders aan de Canadese bevrijders zal bevatten. Dinsdag 17 mei a.s. wordt het Nederlandse volk via pers, radio en TV opgeroepen, kopij voor dit boek „Thank you, Canada — Merci, Canada" te sturen naar de Stichting Wereldtentoonstelling afdeling Nederland, Jan-Willem Frisolaan 3, Den Haag. Commissaris-generaal voor Nederland is oud-defensieminister ir S. H. Visser, directeur is mr. M. F. F. A. de Nerée tot Babberich.

Simon Carmiggelt en Max Nord schrijven in opdracht van de Arbeiderspers een herdenkingspocket, die in een Franse en Engelse en waarschijnlijk ook Nederlandse uitgave op de Expo zal worden verkocht.

Het Expo-motto „De mens en zijn Wereld" is ontleend aan Antoine de Saint-Exupéry's „Terre des hommes". „De grootste bedrage die de mens kan leveren is zijn steen voor het bouwwerk van de wereld", citeert commodore Robertson, wetenschappelljk medewerker van het Expo-bureau, de Franse vlieger-schrijver, verder ietwat vrij. Zeventig landen, de Europese Economische Gemeenschap, de Verenigde Naties, alle Canadese provincies, drie Amerikaanse staten en een aantal handels- en industriële organisaties zullen dat motto en de vijf subthema's straks gestalte geven. Op twee eilanden en een schiereiland in de Sint Laurens is de Expo 67 nu in opbouw. Tegen het eind van het jaar moet de grootste wereldtentoonstelling uit de geschiedenis voor 90 procent klaar zijn.

GROOTSE SHOW

Expo 67 wórdt een groots gemonteerde show waarin men van de ene op de andere sensatie botst. Weer een willekeurige keuze. Er rijdt de eerste volautomatische trein ter wereld (commodore Robertson, zeer voldaan: „Die tussen Tokio en Osaka is maar voor zeventig procent geautomatiseerd”.) Er is een eenvoudig af te breken en weer op te bouwen betonnen stadion met 25.000 zitplaatsen, voor sportwedstrijden, rodeo's, shows van de Canadese Mounties, veldslagen door Indianen van alle Noordamerikaanse stammen, een monstertaptoe het grote pers-, radio- en TV-centrum krijgt Canada voor het eerst kleurentelevisie te zien. Over het Expo-terrein loopt een monorail met drie mini-vertakkingen.
’s Werelds grootste fotografen hebben samen 35.000 opnamen ingezonden voor een tentoonstelling van vierhonderd stuks. Er is een heel paviljoen gewijd aan de wereldbehoefte vers drinkwater. Tal van Nobelprijswinnaars komen lezingen houden. In het reusachtige amusementspark, dat zowel trekken van Kopenhagens Tivoli als van Callifornië’s Disneyland zal vertonen, kan men een „ruimtevlucht" meemaken die eindigt in een door een draak bewoonde vulkaan.
In dit amusementspark en op andere punten van de Expo is alles te beleven wat tussen opera en striptease ligt, adverteert de Expo.
De ruimtevaart wordt ook met grote ernst aangepakt, natuurlijk vooral door de Russen en Amerikanen, wier paviljoens zelfs met een speciale brug „Cosmos-walk" met elkaar verbonden zijn. De Russen zijn bereid de bezoeker de sensatie de gewichtloosheid te laten ondergaan, de Verenigde Staten bootsen de voorgenomen Apollo-vlucht naar de maan zo getrouw mogelijk na in hun door de grote Buckmin-ster Fuller ontworpen paviljoen. Deze bestaat voornamelijk uit een bol van plastic en glas, met een doorsnee van zestig meter.

EEN EEUW CANADA

Canada herdenkt met deze Expo hoe een eeuw geleden enkele Noord-Amerikaanse kolonies zich onder de naam Canada aaneensloten. Montreal viert extra feest omdat de stad 325 jaar geleden werd gesticht. Het twintig miljoen dollar kostende nationale paviljoen krijgt de vorm van een indrukwekkende omgekeerde piramide, „Katimavik" genaamd (ontmoetingsplaats in de taal der Canadese Eskimo’s). Dat de tentoonstelling verder in de naamgeving van bruggen, wegen, pleinen enzovoort een sterke Franse inslag vertoont is niet vreemd. Montreal is niet alleen Canada's grootste stad maar met 2,5 miljoen inwonerss, zij is daar na Parijs ook de grootste Franstalige stad ter wereld.
De kleine, ruim zeventigjarige Pierre Dupuy, in eigen land „Mister Canada" genoemd, is commissaris-generaal van de hele Expo. Na de Tweede Wereldoorlog was hij de eerste Canadese ambassadeur in Den Haag. Nu doet hij niets anders dan de wereld afreizen om zijn show te verkopen. Hij heeft een propagandabudget van veertig miljoen gulden. Canada heeft in het hele Expo-project meer dan een miljard geïnvesteerd. Terwijl Dupuy op reis is zien zijn assistenten thuis het geraamde tekort vrijwel met de dag stijgen.
De jongste raming noemt een bedrag van 273 miljoen gulden, te dragen door de landsregering, de provincie Quebec en de stad Montreal, voor respectievelijk 60, 37.5 en 12.5 procent. Dit te kort zal overigens waarschijnlijk in het niet zinken bij wat er langs vele kanalen in de diverse (belasting-)kassen zal terugvloeien.

Men rekent er bovendien op dat de bezoekers samen voor een toeristische omzet van een miljard gulden zullen zorgen. Montreal dat zich al tien jaar grote opofferingen getroost voor de modernisering van het stadscentrum, onder meer met wolkenkrabbers van de Italiaan Nervi, vaart zeer wel bij de Expo. Wat er ook gebeurt, de stad houdt er in elk geval een metro en voor 800 miljoen dollar aan nieuwe wegen aan over.

De Expo-toegangsbewijzen hebben de vorm van paspoorten en een geldigheidsduur van een dag, een week of al de tijd  dat de tentoonstelling geopend is. Dus van 28 april tot 27 oktober 1967.
Bij alle nationale paviljoens worden visastempels in de van een pasfoto voorziene boekjes gezet. Wie eenmaal zo'n paspoort heeft gekocht kan verder alles vrijelijk bezichtigen.  Er moet niet, zoals bijvoorbeeld in New York, voor elke attractie afzonderlijk worden betaald. Momenteel zijn de toegangsbewijzen nog goedkoop: ze worden duurder naarmate de tijd verstrijkt. Een seizoenpas kost nu nog twintig dollar. Na de opening moet men er dertig voor neertellen. Er is nu al voor 13.000.000 dollar aan paspoorten voorverkocht. Het logiesreserveringsbureau „Logexpo" zal straks met behulp van de nieuwste computers op elk gewenst moment kunnen vertellen welke van de 300.000 hotelbedden in de zeer wijde omtrek nog vrij zijn. De dertig miljoen bezoekers waarop wordt gerekend (33.000 uit Europa, 80 procent uit een gebied rondom Montreal, met een straal van duizend kilometer) zullen er naar verwachting in werkelijkheid tien miljoen zijn, die gemiddeld de Expo drie keer komen bekijken.

BLOEMPOT

Expo 67 is volgens de daartoe opgestelde normen een wereldtentoonstelling van de eerste categorie, steunend op regerings-initiatieven, educatief en niet-commercieel van opzet.
Toch is het aandeel van handel en Industrie niet gering. Er komen dertig paviljoens van grote ondernemingen of groeperingen daarvan, terwijl de industrie voor veel projecten ook als „sponsor" optreedt.

Expofunctionarissen wijzen er met nadruk op dat niet alleen de grote concerns kunnen meedoen. Iedereen is als sponsor nog welkom", werd mij met klem verzekerd. Het Expo-stadion is helaas al vergeven aan zes Canadese autofabrieken maar veel parkbanken op het Sainte-Hélène zijn nog vrij. Zo ook diverse banken in het park.
Moet toch een heerlijk idee zijn: een bordje met je naam tegen de leuning geschroefd: het moest alleen geen honderd dollar kosten.

De Expodirectie zit ook nog met een groot aantal bloempotten.
Misschien ligt daar een kans.
Ik twijfel nog tussen zonnebloemen en vergeet-mij-nietjes.... ;-)

PAUL KLARE

---------------------
Fotobijschriften.

Bovenaan:
Nederland was er snel bij en koos zich voor zijn paviljoen een plaats op het kunstmatige eiland Sainte-Hélène aan het water van de Sint-Laurensrivier. Het paviljoen biedt een voortreffelijk uitzicht op Montreals nieuwe centrum

Bij portret:
De heer J.A.F. van Alphen door Buitenlandse Zaken naar Montreal gestuurd om de Expo-belangen te behartigen.

Foto onderaan:
ALUMINIUM BOUWWERK AL KLAAR

Het Nederlandse paviljoen van de Rotterdamse architect Eijkelenboom, al helemaal op hoogte, bestaat uit een cocon-constructie van aluminium-pijpstukken: wanden, vloeren en plafonds zijn aan de binnenkant van dit frame opgehangen.


 

Dutch Czech English French German Italian Portuguese Russian Spanish

Zoek binnen de website

Please publish modules in offcanvas position.